Hoop voor een verdeeld land by Gert-Jan Segers

Sinds november vorig jaar is Gert-Jan Segers fractievoorzitter en partijleider voor de Christenunie. In dit boek legt hij zijn visie neer voor Nederland, onder de veelzeggende titel ‘Hoop voor een verdeeld land’. Gert-Jan is er zelf eerlijk over: in zijn zoektocht werd hij geraakt door het negatieve, de onderlinge vervreemding. Maar hij doet een poging daar iets concreets tegenover te stellen.

Gert-Jan onderzoekt vijf ‘breuklijnen’, zoals hij ze noemt: de kloof tussen nieuwkomers en langgevestigden, tussen zieken en gezonden, tussen gelovigen en seculieren, tussen ouderen en jongeren en tussen succesvollen en achterblijvers. Telkens spreekt hij met mensen uit die werelden, van Arjan Lubach tot Leger des Heils-man Cornel Vader. En bij elke breuklijn valt een politiek programma te ontwaren dat oplossingen – hoop! – moet bieden.

De breuklijnen zijn goed gekozen. Iedere Nederlander zal met minstens een of twee zelf in aanraking zijn geweest de afgelopen jaren. En ik denk ook dat iedereen zich weleens heeft afgevraagd hoe bijvoorbeeld de problemen in de zorg of in de achterstandswijken nou op te lossen zijn. Segers komt op alle terreinen met een visie en met concrete voorstellen. Een sociale dienstplicht bijvoorbeeld, om jongeren over hun eigen grenzen te laten kijken en te leren wat het betekent om een samenleving te zijn. Decentralisatie en terugdringen van marktwerking in de zorg. Een nieuwe ‘pacificatie’ voor de struggles tussen gelovigen (zowel moslims, christenen als anderen) en seculieren.

Sommige oplossingen en standpunten (zoals ten aanzien van de NIPT-test) zijn niet zo verrassend, omdat de Christenunie zich daar al voor inzet. Maar het voegt veel toe om niet alleen de politieke maar ook de persoonlijke overwegingen te lezen. Wie zoekt naar smeuïge verhalen uit de Kamer zal het met de inleiding moeten doen, waarin Gert-Jan beschrijft hoe hij moest vechten voor een meerderheid voor zijn prostitutiewet. Wie echter zoekt naar een goed geschreven verhaal met inhoud moet verder lezen.

Gert-Jan noemt zichzelf een hoopvolle realist, en dat is wat dit boek ook uitstraalt. Eerlijk over de problemen (en de onmogelijkheid van sommige oplossingen), maar hoopvol vanuit een diepe overtuiging dat mensen kúnnen samenleven, hoe verschillend ze ook zijn. En dat de politiek daar een zinvolle, waardevolle bijdrage aan kan leveren als die vanuit diezelfde overtuiging wordt beoefend.

Kortom, een mooi manifest van een bevlogen man met visie en hoop. Het enige probleem is misschien dat dit boek te dun is. Uit alles blijkt dat Gert-Jan veel meer in z’n hoofd heeft dan in dit boek staat. Af en toe is de sprong van analyse naar oplossing erg groot, en zou een verdere verdieping niet misstaan. Maar dat zij hem vergeven – om in korte tijd zo’n samenhangend betoog van hoop te presenteren is een knappe prestatie.

We zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. We kiezen ervoor elkaar de hand te reiken, trouw te beloven, achterblijvers erbij te halen en meningsverschillen vreedzaam te houden. Vrijheid verdedigen we van haar vijanden, vrijheid geven we, van vrijheid genieten we. Dit is het moment om elkaar ons woord te geven. En wat er ook gebeurt, ik geef het mijne. (p 223)


Het platte land

Geen mens kan hier zijn wil opleggen –
de baas is niemand in dit land,
daar zijn wij fel tegen gekant;
allergisch, zou je kunnen zeggen.

Discussie! Inspraak! Overleggen!
Wij pikken niets van hogerhand!
Wij leunen op gezond verstand.
Geen leider zal ons iets gezeggen.

Maar wie Gods woorden heel goed leest
ziet achter die rebelse geest
een kudde om een herder vragen.

Zo lijdt een mens dikwijls ’t meest
door het leiden dat hij vreest
maar dat nooit op zal komen dagen.

 

Voor IDEAZ Magazine september 2016

God in Nederland

De God van Nederland is dood. Hij is
misbruikt, verwaarloosd, doodgezwegen,
aan ‘t spit van ons gelijk geregen.
Er wordt gedobbeld om zijn erfenis.

De leegte heeft, bij Zijn ontstentenis,
de macht in heel het land gekregen
en rust niet tot de laatste zegen
als bloemenpluisje weggeblazen is.

Maar als God dood is, staat Hij ook weer op.
Dan staan er duizend bloemen in de knop
in polders, op de straten, tussen stenen,

in harten en in hoofden. En degenen
die het zien verbazen zich hardop
en weten: Hij was nooit verdwenen.

voor IDEAZ, het praktijkblad over gemeenteopbouw van MissieNederland

Gods missie: robuust en kwetsbaar

Gods missie - Rafael conferentieHet was in maart van dit jaar dat het tienjaarlijke rapport ‘God in Nederland‘ uitkwam, waaruit blijkt dat er nóg minder mensen geloven en nóg minder mensen naar de kerk gaan dan we al dachten. Het was ook in maart dat ik het nogal bijzondere ‘Boek van Wonderlijke Nieuwe Dingen‘ van Michel Faber las. En vlak daarna sprak ik op de jaarlijkse conferentie van Rafael Nederland over het thema ‘Gods missie’. In de briefing daarvan stond dat ik een bijdrage moest leveren aan het ‘creatief brainstormen hoe we relevant en invloedrijk kunnen zijn in de wereld om ons heen’. Nogal een opgave, na het lezen van dat rapport en dat boek…

Voor wie nieuwsgierig is naar wat ik hierover heb gezegd heb ik de outline van mijn toespraak ter download gezet. Spoiler: het is geen somberend verhaal, integendeel. Gods missie – zijn werk met onze wereld – is robuust, die valt niet zomaar om. Ik durf zelfs te beweren dat Hij voor heter vuren heeft gestaan. Misschien hebben we in ons land nog steeds teveel christendom, vertrouwen we nog steeds teveel op historie, verworven rechten en instituties.

Gods missie vraagt om een tegendraads leven: goed doen waar kwaad heerst, liefhebben waar angst regeert, vredestichten waar conflict is. Een kwetsbare manier van leven. Maar meer dan de moeite waard.

Lees het hele verhaal:

  Gods missie: robuust en kwetsbaar (459.9 KiB, 137 hits)

 

PS Liever luisteren? Dat kan via deze link.

Lucht en leegte

Ze zijn overal. Op je werk, op school, in je familie, in de sportschool, in de kerk, op Facebook en Twitter. Of misschien moet ik wel zeggen: jij bent overal, of: wij zijn overal. Want misschien heeft ieder mens er wel mee te maken: neerslachtigheid en depressiviteit. Vaak onzichtbaar, nog vaker onbesproken. Ik sprak er wel over, gisteren bij ons in de kerk. Vooraf postte ik er iets over op de social media. Ik kreeg direct vragen of de preek na te luisteren zou zijn. Dat is voor het eerst, kan ik je vertellen. En ook na afloop was de overheersende reactie: ‘goed dat je het er over hebt!’.

Wonderlijk eigenlijk. Depressiviteit is al jaren ‘volksziekte nummer één’. Onlangs stapte opnieuw een bekend persoon – dichter en literatuurkenner Wim Brands – uit het leven omdat hij geplaagd werd door de zwarte hond. En het is ook bekend dat onder jongeren eet- en angststoornissen veel voorkomen, problemen die samenhangen met depressiviteit.

Nu heeft lang niet iedereen daar in dezelfde mate last van. Depressiviteit kent vele gradaties en oorzaken. Er zijn mensen met een neerslachtig karakter; de doemdenkers en probleemzoekers. Er zijn omstandigheden die je depressief kunnen maken; lange tijd werkloos is er zo een, een scheiding, afwijzing. Er is klinische depressiviteit – de ‘echte’ ziekte die medische behandeling vereist en die door anderen vrijwel niet te begrijpen is. En er is geestelijke gebondenheid, waardoor je de dingen niet meer kunt zien zoals ze zijn.

Ik ben zelf vooral gevoelig voor dat eerste. Het hangt samen met bepaalde angsten, patronen vanuit het verleden. Lees maar eens wat ik daar hier en hier en hier over schrijf. En kijk naar de ondertitel van deze website en het citaat van Jezus hier onderaan.

In de kerk doen we niet graag aan die sombere verhalen. We hebben immers een God die redding biedt? En bovendien hebben we een duidelijke code: wij zijn nette mensen. Helaas zijn het juist die twee dingen waardoor depressiviteit en neerslachtigheid ook in de kerk veel voorkomen. Toen ik gisteren rondkeek in de zaal kon ik bij elke categorie minstens een gezicht aanwijzen. Want wat doe je als zelfs God geen oplossing geeft voor je problemen? En wat als je niet zo in het straatje van al die keurige christenen past?

Toch zwijgt de Bijbel niet over dit onderwerp, integendeel. Er is een heel Bijbelboek aan gewijd: Prediker. Een groot filosoof, maar neerslachtig tot en met. ‘Alles is lucht en leegte, onuitsprekelijk vermoeiend!’ zei hij. De profeet Jona was een depri. Job zat diep in de put toen hij alles verloor wat hij bezat. Elia kreeg een burnout direct na het hoogtepunt in zijn profetencarriere. De eerste koning van Israel, Saul, was misschien wel klinisch depressief en had alleen baat bij muziektherapie.

Als Jezus jaren later rondloopt kijkt hij op zeker moment naar de menigte en raakt ontroerd. Hij ziet dat ze ‘uitgeput en hulpeloos, als schapen zonder herder’ zijn. Neerslachtigheid niet als individuele kwaal, maar als een maatschappelijk probleem. Waar kennen we dat van.

Zijn respons is prachtig:

Ben je vermoeid? Uitgeput? Religieus opgebrand? Kom naar mij toe. Ga met me mee en je zult je leven terugvinden. Ik laat je zien hoe je echt rust kunt nemen. Loop met mij op en werk met mij samen – zie hoe ik het doe. Leer de ongedwongen ritmes van genade. Ik leg je niets op dat zwaar is of je slecht past. Hou me gezelschap, dan leer je om vrij en licht te leven.

En daar heb ik niet veel aan toe te voegen. Of het moet de aansporing zijn om, als je met deze dingen zit, niet te blijven aanmodderen maar hulp te zoeken. Of om deze schitterende videomeditatie te bekijken.

Glamourlijden

Morgen ga ik naar de Passion. Na een aantal jaren voor de tv te hebben gekeken wil ik het nu wel eens van dichtbij meemaken. Ik ga met gemengde gevoelens. Niet omdat ik bang ben voor een terreuraanslag. Wel omdat het wringt, en een beetje meer dan dat.

De beelden van een in elkaar gestorte vertrekhal van Zaventem staan nog op m’n netvlies. De bommen hebben hun werk gedaan: rokende puinhopen, chaos, een stem die onafgebroken gilt. De ontreddering dwars door de tv mijn huiskamer in.

Lijden, dood, verderf – het is lelijk, afzichtelijk, je wilt het niet zien en niet horen.

Vanavond lazen we met een bont gezelschap vrienden alvast een beetje vooruit in de bijbel: het oorspronkelijke verhaal van de Passion, het lijden en sterven van Jezus. Exact drie jaar geleden stond ik op de plek waar hij werd opgehangen en begraven. De gids vertelde wat over die plek, een stukje buiten de oude stad van Jeruzalem. Een heuvel aan een kruispunt van handelsroutes, druk bezocht. De bewuste kruisiging vond daar plaats omdat er veel mensen waren. Een executie op een openbare plaats – waar kennen we dat van.

Google eens op kruisiging Jezus en je krijgt een stortvloed aan plaatjes. Eén of drie kruisen, bovenop een heuvel; scherp afgetekend tegen de gloed van een ondergaande zon. Liefst oranje-geel, met silhouetten, als een trots symbool van de overwinning op de dood.

De werkelijkheid was een beetje anders. Geen kruisen op de heuvel maar beneden, dicht op de weg en onvermijdelijk voor de voorbijgangers. Een stoffige middenoosterse weg, met ezels, karren, schreeuwende koopmannen, afval, stank, bedelaars, zakkenrollers. Een plek waar je op je hoede bent. Dat kruis van Jezus was een simpele paal met dwarslat. Geen metershoog bouwwerk met een trapje, maar eentje waar de voeten net een paar centimeter van de grond af staken. Zo dichtbij dat Jezus met zijn moeder en een vriend kon praten – en heel sterk zal zijn stem niet meer geweest zijn.

Ik stel me zo voor dat er niet veel mensen bleven staan. Dat ze hun hoofd wegdraaiden en zich zo snel mogelijk uit de voeten maakten zodra ze zagen wat er zich afspeelde.

Lijden, dood, verderf – het is lelijk, afzichtelijk, je wilt het niet zien en niet horen.

***

En dan morgen de hervertelling van dat lijden en sterven op het Eemplein in Amersfoort. Een muzikaal spektakel, een lichtshow, een uitgekiende regie. Een glamour-uitvoering van misschien wel het meest onglorieuze moment uit de wereldgeschiedenis.

Kan dat? Ja, dat kan. Profaner dan de werkelijke kruisiging kan het niet worden. Dit is de paradox: je kunt de vernedering van Jezus niet heilig maken. Niet door het verhaal kleiner te maken, noch door het op te hemelen.

En bovendien: het echte lijden van Jezus was niet zijn fysieke pijn. Het lijden van Jezus bestaat uit de ultieme ontkenning van wie hij is. En ondanks alles word ik door de muziek, het licht en de regie van die glamourshow heen meegesleept in dat verhaal. Jezus – God zelf -, onbegrepen en verworpen door de mensen, de dood ingerommeld maar niet verslagen. Een verhaal dat alle tijden en culturen overstijgt – en daardoor in alle tijden en in alle culturen herverteld moet worden. Maar als u mij morgen toevallig op tv mijn hoofd ziet wegdraaien, dan weet u waarom.

The best is yet to come

© stichting Corrie ten Boomhuis, Haarlem

IMG_2893Haarlem, de Barteljorisstraat. We bellen aan bij een blauwe deur net naast de drukke winkelstraat. We klimmen een klein trapje op, naar een soort jaren-vijftig woonkamer. Een bordeauxrood vloerkleed, oude foto’s aan de muur, een piano, kroonluchter. En langs alle wanden stoeltjes. Een dame van dik in de 70 ontvangt ons en voordat we goed en wel zitten steekt ze van wal. Wat volgt is het relaas van een andere dame: geboren in de jaren ’90 van de 19e eeuw, horlogemaakster, padvindster, zondagschooljuf. En: verzetsheld, samen met haar familie. In de oorlog redde Corrie ten Boom zo’n achthonderd mensen (meest joden) van de nazi’s, voordat ze werd verraden, opgepakt en naar Ravensbruck werd gebracht. Allemaal via dat huis waar we nu zitten. Op de bovenverdieping is de originele schuilplaats nog te zien, een klein luikje onderin een kast dat naar een dubbele muur leidt. Het huis is nu een museum. Het laat de verschrikkingen zien van waar racistische ideologie toe leidt, wat mensen elkaar aandoen, de harde werkelijkheid van het kwaad in deze wereld.

Amsterdam, de Prinsengracht, wat later op de dag. We steken een brug over waar net een vuurwerkshow wordt voorbereid. Aan de overkant staan lange rijen om nog net voor de jaarwisseling het Anne Frankhuis te bezoeken. De vergelijking met dat huis waar we vanmorgen waren dringt zich op. Beiden gewijd aan een vrouw die zich heeft onderscheiden in de oorlog, beiden als herinnering aan de verschrikkingen. En in beide klinkt de boodschap: dit nooit meer. Nie wieder. Never again.

Het is de standaardafsluiting van het praatje van die lieve dame in het Ten Boomhuis, zo valt op te maken uit de manier waarop ze haar verhaal doet. Jarenlang zal ze dat met overtuiging hebben gezegd. Maar vandaag voegde ze er iets aan toe. ‘Ik weet het niet,’ mompelde ze, ‘ik weet het niet…’ Alsof ze er niet meer in gelooft dat het nooit meer zal gebeuren. En ik begrijp haar.

***

Op de brug bij de Prinsengracht besef ik dat er een groot verschil is tussen de twee huizen. Hier, in het Anne Frankhuis, stopt de geschiedenis in 1945. We zullen nooit weten hoe zij opgroeide, de oorlog zou verwerken, om zou gaan met de trauma’s en haar leven weer zou oppakken.

© stichting Corrie ten Boomhuis, HaarlemVan Corrie ten Boom weten we dat wel. Na terugkeer uit het concentratiekamp – als enige van de familie – opent ze direct na de oorlog een centrum voor oorlogsslachtoffers. Maar ze doet nog meer: ze achterhaalt de naam van degene die haar in 1944  verraadde. Ze stuurt hem een brief waarin ze hem vergeeft, ‘omdat Jezus in mijn hart woont’. Later zal ze hetzelfde doen met de kampbeul uit Ravensbruck. Ze vertelt daarover dat ze dat eigenlijk niet kon doen, maar wist dat ze dat, in navolging van Jezus, wel móest doen – en dat Hij haar daar vervolgens de kracht voor gaf. Corrie ten Boom bleef geen oorlogsslachtoffer maar werd een brenger van hoop, liefde, vergeving en verzoening. Aan letterlijk honderdduizenden mensen in meer dan zestig landen deed ze dat persoonlijk.

Met alles wat we het afgelopen jaar hebben gezien in de wereld klinkt ‘nie wieder’ als een holle kreet. Je zou er cynisch van worden: alles gebeurt opnieuw, pal onder onze ogen. Maar daar op die brug in Amsterdam drong het tot me door dat we ons niet krampachtig hoeven vast te houden aan een ‘dit nooit meer’. Er is iets groters dan dat: het god-gegeven vermogen om te vergeven, zelfs onze vijanden; om uit te zien naar iets beters, zelfs als omstandigheden daar geen aanleiding toe geven.

En daarom is het Corrie ten Boomhuis niet een herinnering aan het kwaad van vroeger, maar vooral een aansporing tot het goede, temidden van het kwaad van nu: the best is yet to come!

Ik wens jullie een hoopvol, levend 2016 toe!

 

Corrie ten Boomhuis: https://www.corrietenboom.com

Waargebeurd verhaaltje

in jasje dasje zitten we, en praten

bespreken de toestand in de wereld

alsof wij weten wat te doen

de chaos van de wereld moet bedwongen

al is maar in mijn hoofd

thuisgekomen is het stil

ik sluip de trap op naar de kamer

op de deur een blauw briefje

in het handschrift van mijn dochter

pap, hoe was het en slaap lekker

ik hou van jou en dan een hartje

een beetje liefde op mijn deur geplakt

en plotsklaps is het rustig in mijn hoofd.

Over The Rhine @ the edge of the world

Auto’s, trams, bussen en fietsers lawaaien in de regen. De avond valt in de stad. We lopen dicht langs de gebouwen om niet nat te worden. Eenmaal binnen dimmen de lichten. Een man met hoed en vrouw met gitaar nodigen me uit: meet me at the edge of the world. Ik neem de uitnodiging aan en laat me meevoeren door de muziek.

Muziek die niet van de wereld is – tenminste, niet van deze drukke, stadse wereld. Deze muziek komt van een veranda met uitzicht op maisvelden en verdwaalde boerderijen. Een grijsaard met een strootje tussen z’n tanden, een schommelstoel. Krakende planken, de doordringende geur van een houtkachel.

Come on boys

It’s time to settle down

What do you think you’ll gain

From all this runnin’ around?

Af en toe kijkt de vrouw de man aan, haar hoofd een beetje schuin. Hij kijkt terug van onder zijn hoed – een likeable vilain. Ze aarzelt soms, zoekt bevestiging. Dan sluit ze haar ogen weer en zingt. Een betoverend mooie stem, een bluesende gitaar, en dan die piano: het goede, het ware, het schone.

De eenvoud is bedrieglijk als de grijsaard met het strootje. Geen trots, geen pretentie. Op de veranda wordt de wereld teruggebracht tot water, wijn en whisky. Levenswijsheid, puur geserveerd. En je weet: dit klopt.

Pour me a glass of wine

Talk deep into the night

Who knows, what we’ll find

 

Intuition, deja vu

The Holy Ghost haunting you

Whatever you got, I don’t mind

 

I was born to laugh

I learned to laugh through my tears

I was born to love

I’m gonna learn to love without fear

Ze kijkt de zaal in. Ze weet niet waar ze is, zegt ze, maar ze is dankbaar voor zoveel mensen. Ze meent het nog ook.

Cause all my favorite people are broken

Believe me, my heart should know

As for your tender heart, this world’s going to rip it wide open,

It aint gonna be pretty, but you’re not alone

We stappen de wereld weer in. Door de nacht zoeven we naar huis. Het is stil geworden onderweg.

We are not afraid to admit we are all still beginners

We are all late bloomers when it comes to love

Over The Rhine @ Rotterdam, 7 november 2015 (setlist van het concert in Lage Vuursche – het scheelt een of twee nummers)

 

Psalm 2 – een sonnet

psalm 2 - sonnet

 

De tijd staat even stil vandaag. Ik sta ernaast

en zie Gods handschrift in het water.

Voor even denk ik niet aan later –

volkomen stilte, rustig, ongehaast.

 

Ik lees en kijk en luister, ben verbaasd

wat deze stille tijd aan mij wil leren.

Ik koester deze dag des Heren

waarop nog steeds de wereld woedend raast

 

maar macht niet wint van schoonheid

lawaai door schreeuwen nimmer wordt gesust

het rumoer van koningen tot niets leidt –

 

in stilheid en vertrouwen vindt men rust.

Gods zoon bezit de volken en de tijd

en wie hem eer bewijst is wie hem kust.