In steen gebeiteld

Verschillende collega’s hadden me al voorbereid. Het Amerikaanse hoofdkantoor van de organisatie waar ik voor werk is nogal, laten we zeggen, ‘anders’ dan dat we hier gewend zijn. En inderdaad. Toen ik er vorige week voor het eerst moest zijn, begreep ik wat ze bedoelden. Een lange oprijlaan leidt naar twee enorme gebouwen die de meeste mensen als pompeus zouden omschrijven: met grote Griekse zuilen en veel donker hout en leren stoelen in de vleugel van de president. Overigens moet de rest van de medewerkers het met ongeveer één vierkante meter in een ‘cubicle’ doen – iets waarvoor je ze niet hoeft te benijden. Maar wat mij het meest opviel waren de inscripties op de muur van de grote hal. Aan vier kanten staan daar de Vier Geestelijke Wetten: in grote letters, niet te vermijden, voor elke bezoeker zichtbaar. Het evangelie samengepakt in vier korte zinnetjes, in steen gebeiteld in de hal van een kantoor.

Dat heb ik in Nederland nog nooit gezien. Ja, een paar banners bij de ingang van een kerk misschien, met een mooie slogan of een Bijbeltekst. Maar de vier Geestelijke Wetten hebben hier hun tijd wel gehad, zo lijkt het. En dat is misschien ook wel zo. Het evangelie zou in onze tijd niet ingepakt, maar juist uitgepakt moeten worden: als een geschenk dat voorziet in het diepe verlangen naar schoonheid, gerechtigheid en hoop – naar het leven in al z’n volheid.

Maar wat daar aan de muur stond was iets anders dan een verouderd evangelisch verkooppraatje dat ooit is bedacht door oprichters Bill en Vonette Bright. Zij gaven in 1951 hun hele leven letterlijk aan God over. In de jaren die volgden bereikten zij de hele wereld met het evangelie. Het geheim daarvan was niet een of andere slimme methode. Het geheim achter die vier Geestelijke Wetten was een ongekende liefde voor Jezus Christus en een levenslange toewijding aan het evangelie.

Toen een theologiestudent enkele jaren geleden Bill Bright vroeg wie Jezus voor hem was, kon Bill niet antwoorden. Hij zat daar in zijn grote stoel achter zijn grote bureau en huilde. En met die student zeg ik: ik zou willen dat ik Jezus zo kende, dat ik zou gaan huilen bij alleen al het noemen van zijn naam. Wie weet wat er dan over 50 jaar in de stenen van mijn kantoor gebeiteld staat.

Column oorspronkelijk gepubliceerd op cvnieuws.nl, 5 april 2011

Geef een reactie