Een avondje Bell in Utrecht

Het was een interessante avond, gisteren in Utrecht. De locatie, de mensen, het thema en het programma – het paste allemaal prachtig bij elkaar. Het Landelijk Dienstencentrum van de PKN ontving ons geheel belangeloos in Utrecht. Ons, dat waren zo’n 50 mensen; overwegend jong, maar sommigen ook iets ouder, uit alle windstreken van het land en van de kerk. We praatten met elkaar over ‘hemel, hel en het lot van iedereen die ooit heeft geleefd’ – oftewel, over het boek van Rob Bell, Love Wins. Een avondje dus in het hart van het land, het hart van de kerk en het hart van de theologie, met hartelijke mensen die behartenswaardige woorden spraken.

En dat was niet de minste winst van de avond: de ontspannen setting waarin alles gezegd kon worden. Er werd niemand verketterd (bij mijn weten), maar het was duidelijk dat de meningen en gedachten soms ver uiteen lagen. Om dan toch een zinvolle avond te hebben is een prestatie op zich, zeker over een bijzonder gevoelig thema als hemel en hel.

Natuurlijk kon niet alles gezegd worden. Niet over het boek (dat overigens door Wim Hoogendijk uitstekend werd samengevat), en niet over het thema an sich. En hoewel ik me eigenlijk had voorgenomen er niet over te schrijven, kan het toch niet laten een paar van mijn gedachten op een rijtje te zetten. Ik neem overigens niet de moeite om het boek of de avond samen te vatten. Je kunt de hele avond nakijken via http://www.ustream.tv/recorded/15697207. En even googelen geeft je waarschijnlijk wel meer achtergrondinfo bij het boek en de schrijver zelf.

Communicator

Iedereen die Rob Bell een beetje kent weet dat hij een uitstekende communicator is. Zijn NOOMA filmpjes zijn wereldberoemd (gisteravond ook weer één gezien, een briljante samensmelting van beeld en boodschap) en zijn boeken zijn bestsellers. Love Wins gaat waarschijnlijk niet de geschiedenis in als zijn beste boek, zo heb ik me laten vertellen, maar het is een echte Bell: pakkend, intrigerend, lekker lezend. Je hoort hem als het ware praten. En niet alleen schrijft hij de dingen prachtig, hij schrijft ook prachtige dingen. Zeker de eerste helft van het boek is meer dan de moeite waard. De hemel gaat een stukje open – en de hel trouwens ook. Goed. Tot zover de inleiding, over naar de inhoud.

Wat er niet wordt gezegd…

– Rob Bell zegt dat alles afhangt van het beeld dat je van God hebt. Dat is helemaal waar (ook Bill Bright zei dat al, jaren geleden; het was de aanleiding om zijn Discover God Bijbel uit te brengen). Hij rekent terecht af met doembeelden van een God die onbetrouwbaar en onberekenbaar is. Maar er kan ook terecht de vraag gesteld worden of hij wel compleet genoeg is in zijn ‘karakterschets’ van God. Natuurlijk kun je niet alles beschrijven –stel je voor. Maar hij mist m.i. een aantal essentiële perspectieven; al was het alleen maar om ze te weerleggen vanuit zijn eigen visie. Daarmee wordt het vooral interessant om te kijken naar wat Bell niet zegt over (bijvoorbeeld) heiliging, rechtvaardiging en waarheid. Gisteravond werd genoemd dat je zijn eerdere werk moet kennen om te weten hoe hij daar over denkt, en dat is waarschijnlijk ook het beste om te doen. Toch had het goed geweest als hij dieper was ingegaan op die andere aspecten, waar juist zoveel mensen op blijven haken.

Vragen, vragen…

– De kracht van Bell is in dit boek ook wel een beetje zijn zwakte: vragen stellen. Hij stelt er vele, en ook gisteravond werd bevestigd dat hij daarmee vragen stelt die iedereen al lang heeft maar nooit durfde te stellen. ‘Everything you always wanted to know about God but were afraid to ask’… De zwakte is m.i. allereerst dat hij met die vragen wel een karikaturaal beeld schetst van klassieke evangelicale opvattingen. Zo zou je het idee kunnen krijgen dat alle evangelische theologie uit gaat van een schizofrene God (aan de ene kant liefdevol, aan de andere kant uit op wraak, of zo). Dat is allerminst het geval. Ik herken wel degelijk dat dualistische en ongemakkelijke in de evangelicale opvattingen, maar ben daar op een heel andere manier dan Bell wel uit – en velen met mij, denk ik. (Zie onder voor een paar opmerkingen daarover).

– Een tweede zwakte in die vele vragen is dat hij uiteindelijk geen duidelijk antwoord geeft op de belangrijkste vraag: wat gebeurt er nu met iedere persoon die ooit leefde? Het antwoord hierop blijft cryptisch: love wins, de liefde wint – maar wat betekent dat nu concreet? Door het boek heen rekent Bell af met oude denkbeelden over de hel als eeuwigdurende pijniging, en suggereert impliciet en expliciet dat uiteindelijk God krijgt wat hij wil, namelijk dat iedereen behouden wordt. Tegelijkertijd zegt hij: je keuzes hebben ernstige gevolgen. Als hem de vraag gesteld wordt of hij eigenlijk een ‘alverzoener’ is antwoordt hij ontkennend.
Ik heb er geen moeite mee als hij een alverzoener is –ik hoef het er niet mee eens te zijn, maar als iemand na serieus Bijbelonderzoek tot die conclusie komt dan zal ik ‘m niet verketteren. Maar dan is het echter wel zo eerlijk om daar duidelijk voor uit te komen. Met name in een tv-interview geeft Bell de indruk zich er niet over uit te willen laten – en dat is jammer.

– Ik heb er ook geen moeite mee als hij het allemaal niet zo scherp weet maar wel een aantal deuren wil sluiten. Maar dan vind ik dat hij bescheidener had kunnen zijn – ook in de vragen die hij stelt. Nu blijft er teveel ruimte en krijgen de vragen een suggestieve lading die hij wellicht niet bedoelt.

Pastoraal of theologisch?

– Het lijkt erop dat de aanleiding voor het schrijven van dit boek vooral ‘pastoraal’ is; bedoeld om die mensen te helpen die niet uit de voeten kunnen met de (negatieve kanten van) de klassieke evangelische theologie. Dat is een loffelijk streven, maar ook wel wat hachelijk: het gevaar van onvolledigheid (zie mijn eerste punt) maar ook het gevaar van subjectiviteit. Een centraal gegeven in het boek is bijvoorbeeld dat het klassieke beeld ‘gewoon een slecht verhaal is’ (in de woorden van Wim Hoogendijk, gisteravond). Dat is nogal subjectief, en kan m.i. niet het uitgangspunt zijn van een eerlijke zoektocht naar de hogere waarheid. (Inhoudelijk raakt dit aan de diepere laag van de aanstootgevendheid van het evangelie – zie onder.) De mix van pastorale en theologische aspecten is wat het boek m.i. erg verwarrend maakt.

– Naast alle aanmerkingen op de diepgang en volledigheid moet ook gezegd worden dat Bell op prachtige wijze het thema in een heel breed perspectief zet. Hij verwijst veel en vaak naar de bijbel, weet nieuwe ‘schatten’ op te duiken, en misschien wel het meest krachtige is dat hij de kunst verstaat om een volstrekt natuurlijk, hedendaags taalgebruik te hanteren. Dat zouden meer mensen moeten doen!

Kortom, methodologisch valt er nog wel het een en ander af te dingen op Love Wins – los van de inhoudelijke standpunten. Ik vind het eerlijk gezegd ook erg lastig om een goede inhoudelijke reactie te geven, omdat Bell nogal ongrijpbaar blijkt: de meeste van mijn inhoudelijke overwegingen worden wel ergens in het boek genoemd, maar lijken ook ergens gedurende de rit op te lossen in het niets. Een voorbeeld: het hele boek geeft me het gevoel dat er tekort wordt gedaan aan de aanstootgevendheid van het evangelie – de confrontatie met onszelf. Maar als ik dat probeer te duiden, kom ik veel tegen dat wel degelijk gaat over die confrontatie: de hel in ons zelf, de keuzes die consequenties hebben… maar nergens krijg ik het gevoel dat het over míjn keuzes gaat, dat Bell mij confronteert.

Ander voorbeeld: het kruis. Ja, het wordt genoemd, maar de hele context, hoewel waarschijnlijk bedoeld om het kosmische, grootse aspect te benadrukken, maakt het kruis juist ondergeschikt aan het universum, aan de oerverhalen.

Toch is er één vraag die ik niet het boek ben tegengekomen, maar die zeer cruciaal is, bottom-line. Ik zag vorige week het filmpje ‘Powers of Ten’, waarin vanaf twee mensen in een park wordt uitgezoomd tot de grootste schaal van het heelal die nu bekend is. Het geeft een klein beetje weer van de onmetelijke grootheid van God. Als Hij dat heelal heeft geschapen en in zijn hand houdt (een kubus van 300 miljoen lichtjaar, en daar nog zo eentje tegenaan aan elke kant, enzovoorts…), en als hij degene is uit wie het leven zelf voortkomt, zou Hij dan ook niet het recht en de macht hebben om het leven te nemen? Die vraag jeukt – ook bij mij. Maar ik denk dat het een eerlijke vraag is (die ook niet met een simpel ja of nee beantwoord hoeft te worden).

Rammelen

En tenslotte nog dit. In het hoofdstuk over de hemel herkende ik veel van wat N.T. Wright zegt en schrijft, maar met een aantal essentiele verschillen. En terwijl ik daar wat over nadacht, realiseerde ik me iets: als ik probeer te vangen waar beiden voor staan, dan is het verschil eigenlijk niet groter te noemen. Wright is van dichtbij lastig, taai en een beetje ontoegankelijk; van ver af is het echter een prachtige witte wolk aan de lucht: scherp, coherent en consistent. Bij Bell is dat precies andersom: van dichtbij prachtig –toegankelijke miniatuurtjes in mooie kleuren en vormen. Van veraf is het echter een chaotisch geheel, een rammelend bouwwerk. En dat is misschien het allergrootste probleem dat ik heb met dit boek.

Maar het gesprek is in ieder geval geopend, de eerste reacties zijn beschreven (o.a. door Kevin DeYoung, Francis Chan en Marc Galli) en daarmee zal dit thema de komende tijd de agenda’s wel blijven vullen. Zolang het boek niet in het Nederlands is verschenen zal dat vooral zo zijn aan de andere kant van de oceaan, maar ik denk dat vroeger of later het thema ook hier (opnieuw) onderwerp van breed gesprek wordt. En als dat gebeurt op de manier waarop het gisteren gebeurde, juich ik dat van harte toe.

Eén gedachte over “Een avondje Bell in Utrecht”

  1. Klinkt als en lezenswaardig boek, maar meer nog als een belangrijk thema, weer. Want nieuw is het volgens mij niet. Lewis wijst in zijn ‘the great divorce’ bijvoorbeeld een intrigerend pad naar een denkwijze die me (ik heb het boek nog niet gelezen), nauw lijkt aan te sluiten bij Bell’s denken. Wat me ’t meest opvalt in vooral deze discussie is het schisma tussen pastoraal en theologisch. Dat komt me altijd zo bizar voor. Beide sluiten immers naadloos aan, dat kan niet anders. Als God liefde en rechtvaardigheid is, kan het niet anders dan dat zijn handelen en wezen pastoraal zijn. Met andere woorden: waar wij een spanning tussen pastoraal en theologisch voelen, hapert ons begrijpen van één of beide, en dus van het betreffende thema (hetgeen zonder twijfel zo is). Helemaal met je eens: stelligheid en zekerheid passen dan niet, wel nederig verder zoeken. Nou lijkt het mij zo prachtig om dat niet vanuit één van beide invalshoeken te doen (theologisch/pastoraal), maar te zoeken naar de verbinding tussen die twee (want die móet er volkomen zijn!). Naarmate we die stukje bij beetje meer leggen, zullen we ook meer waarachtig begrijpen. Maar dan moeten we losse eindjes voor lief nemen – zij het dat het er wellicht wel steeds minder worden.

Geef een reactie