Onbevangen

Vorige week sprong opeens een prachtig woord naar voren. Zo’n woord waarvan iedereen ongeveer weet wat het betekent, maar net niet helemaal precies. Waar je een beeld bij hebt, maar niet altijd de woorden. Dat woord? Onbevangen.

Dat prachtige woord staat in een prachtige psalm waar ik een prachtige preek over hoorde: ‘Want God, de HEER, is een zon en een schild. Genade en glorie schenkt de HEER, zijn weldaden weigert hij niet aan wie onbevangen op weg gaan.’ De strekking van het verhaal: we doen elkaar vaak zoveel aan dat we onze onbevangenheid kwijt raken, en daarmee missen we de weldaden van de Heer. Dat geldt voor iedereen, maar misschien wel extra voor mensen die hun hoofd een beetje boven het maaiveld uitsteken. Teleurstellingen, fouten, frustraties doen langzaam maar zeker hun intrede en duwen iets anders weg. Ik heb het meegemaakt, ik maak het mee, en dat is pijnlijk. Meer dan dat: het is letterlijk zonde.

Ik zocht maar eens op wat dat prachtige woord nu eigenlijk betekent. Niet geremd doordat je weet wat er komt, zei het woordenboek. Zinnen waar je over moet nadenken zijn altijd de beste.

Vandaag dacht ik er weer aan toen ik een groot rood hart op tafel zag liggen. Zoiets zie ik wel vaker –een van onze dochters heeft een Anton Heijboer-achtige productiviteit qua kunstwerken. En vaak zijn mijn vrouw en/of ikzelf de gelukkige onderwerpen van haar creativiteit, maar dit rode hart was voor juf Esther, en bleek volgeschreven met één groot loflied. Er stond achtereenvolgens: goeie juf, lief, aardig, grappig, mooie ogen, leuke neus, leuke wangetjes, sociaal, beste juf van wereld, altijd leuke kleren, speciaal, tof, cool, kan mooi zingen, legt leuk uit, geeft leuke opdrachten, leuke lach, mooie stem. ‘Juf Esther’, schreef dochter Sara tenslotte, ‘u bent een superleuke juf en ik hoop dat u nog veel klassen krijgt!’.

Je zal juf Esther maar zijn, hoor ik u denken. Maar ik dacht: je zal Sara maar zijn. Het vermogen om zo onbevangen, vrij, ongeremd een loflied te schrijven. Stel je voor dat ik het zelf zou doen. Nou, vooruit, misschien niet op een rood hart – ik ben per slot een man. Maar gewoon, vrijuit, als een kind op weg gaan – niet geremd doordat je weet wat komt: het lijkt me weldadig. Ik ga maar eens met Sara praten morgen.

Eerder gepubliceerd als column op www.cvkoers.nl 

Eén gedachte over “Onbevangen”

Geef een reactie