Passie

Gisteren (5 april 2012) was The Passion in Rotterdam, live uitgezonden op Nederland 1. Een geweldig spektakel waarbij het lijdensverhaal van Jezus op eigentijdse wijze wordt verteld. Ik heb het nog niet gezien, maar als het enigszins lijkt op vorig jaar dan moet het heel goed zijn geweest. De teneur op de social media wijst wel in die richting.

The Passion: in gewoon Nederlands is dat ‘passie’. Het woord is onderdeel geworden van ons standaard vocabulaire. Voorheen bedoelden we vooral iets met liefde en lust, en in het woordenboek staat het ongetwijfeld synoniem met ‘hartstochtelijkheid’. Maar het gebruik van het woord is de afgelopen jaren flink verruimd. We praten niet alleen meer over een passionele liefde, maar over passie voor ons werk, voor een hobby, voor mooie dingen. En vrijwel elk coachingsmodel gebruikt tegenwoordig ‘passie’ als begrip voor datgene wat je echt motiveert om ’s ochtends op te staan.

En opeens vroeg ik me af waarom dat evenement van gisteravond (en de bekende film van Mel Gibson, en de beroemde werken van J.S. Bach) eigenlijk Passion heten. Iets preciezer nog: waarom heet het The Passion? En wat heeft dat met Jezus te maken? Had hij een passie om aan het kruis genageld te worden? Was zijn lijdensweg zijn motivatie om op een Goede Vrijdag ’s ochtends uit bed te komen?

Dat klinkt niet alleen raar, dat is het ook. Volgens mij vertelt het verhaal van Jezus dat hij er nou niet echt naar uitzag om gevangen genomen te worden, ondervraagd, gemarteld en zonder enig eerlijk proces vervolgens te worden ingeruild voor een moordenaar. Je zou van alles kunnen zeggen over de passies van Jezus, maar die ellende was er zeker niet een van.

Waarom dan wel De Passie? Het antwoord is niet zo ingewikkeld als je de Bijbelse geschiedenis een beetje kent. De geschiedenis van de kruisiging en opstanding van Jezus vond plaats rond het aloude Joodse Pesach-feest. Dat feest verwees naar de uittocht uit Egypte, duizenden jaren eerder. God had alle Israëlische families gevraagd een lammetje te kopen en dat vier dagen in huis te nemen. Op de vierde dag, aan de vooravond van de echte uittocht, moest elke familie dat lammetje aan God offeren. Het bloed moest aan de deurpost gesmeerd worden. Uiteindelijk zou dat bloed de redding zijn van Israël (lees het verhaal in Exodus 12).
Het Pesach-feest was dus een offerfeest, gekoppeld aan bevrijding. Het – in onze ogen gruwelijke – verhaal van het offeren van een lammetje waar de hele familie de dagen ervoor aan gehecht was geraakt, wiens dood uiteindelijk de redding en het leven van diezelfde familie betekende.

Pesach, Pasen, Passie. De passie van Jezus is passie in z’n meest oorspronkelijke betekenis: de bereidheid om opgeofferd worden om de wereld te redden. Lijden vanuit liefde. En daarmee is de vraag naar jouw passie dus in feite de vraag: waarvoor zou jij je op willen offeren? Wat heb jij zo hartstochtelijk lief dat het je jezelf mag kosten?

Nu ik er over nadenk: die passie was toch ook de motivatie voor Jezus om ’s ochtends op te staan. Let maar op, over een dag of drie – een mooie Paasmorgen.

Goede vrijdag en vrolijk Pasen!

4 gedachten over “Passie”

  1. Op etymologiebank.nl lees ik: “Ontleend, al dan niet via Frans passion, aan Laatlatijn passio (genitief -ionis) ‘lijden, foltering; ziekte; gemoedsaandoening, sentiment’, een afleiding van klassiek Latijn patī (verl.deelw. passus) ‘lijden, moeten dragen’, zie → patiënt. De betekenis ‘lijden(sverhaal) van Christus’ is ontleend aan het christelijk Latijn, waarin passio deze betekenisvernauwing had ondergaan.” Door de eeuwen heen lijkt het woord passie van een negatieve betekenis (lijden) een positieve betekenis (hartstocht) te hebben gekregen. Maar goed: dat wat je liefhebt, daar lijd je ook het meeste aan…?!

Geef een reactie