De kleur is Arie

In de ‘belijdenisgeschriften’ van Agapè en moederorganisatie Campus Crusade for Christ staat dat wij apolitiek zijn. Dat is soms voer voor leuke discussies, want wat betekent dat nou? De preciezen leggen dat uit als een verbod om te spreken over politieke zaken, de rekkelijken zien dat wat ruimer. Ik behoor tot die laatste groep, zoals wel blijkt uit mijn tweets van de laatste weken. Wat mij betreft betekent het apolitieke vooral dat wij geen macht zoeken om ons werk te doen. Vandaar dat we ons als organisatie niet verbinden met politieke standpunten, geen geld aannemen van politieke partijen (alsof dat ooit zou gebeuren…), geen stemadviezen geven en de schijn van afhankelijkheid vermijden.

Dat betekent echter niet dat politiek aan ons voorbijgaat – niet als organisatie en niet als individuen. De druk van secularistische stromingen die elke vorm van religie uit het publieke domein willen bannen kan ook Agapè raken. Het is tekenend dat ik daar de afgelopen maanden twee keer over ben geïnterviewd door studenten. (Overigens denk ik dat het niet zo’n vaart zal lopen omdat wij niet afhankelijk zijn van subsidies, maar toch. Uiteindelijk kan die ontwikkeling ook gevolgen hebben voor onze ANBI-status, om maar wat te noemen.) Bovendien is Agapè allesbehalve een neutrale organisatie. We worden gedreven door sterke overtuigingen en laten ons – in alle gebrekkigheid –  inspireren en leiden door de Bijbel (en daarmee door God zelf). Bewust en onbewust werken die overtuigingen ook door in een visie op de samenleving. Bewust,omdat we ons bijvoorbeeld in de binnenstad van Rotterdam heel concreet inzetten voor de buurt. Onbewust, omdat wij ons in eerste instantie richten op de mens en niet op de instituties. Maar die twee terreinen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Het zal geen verrassing zijn dat ik en veel van mijn collega’s herkenning vinden bij politieke partijen die dezelfde inspiratiebron hebben: de ChristenUnie, SGP, CDA. Partijen die in meer of mindere mate belijden God te willen dienen en daarop hun uitgangspunten en programma’s baseren. Maar dat is geen uitgemaakte zaak. Het zou goed kunnen dat er ook bij Agapè luizen in de pels zijn die Partij voor de Dieren of GroenLinks stemmen, en dat is prima.

Dat allemaal slechts als inleiding op wat ik eigenlijk wil zeggen. Want ik ben de afgelopen weken flink aangestoken door de verkiezingskoorts. Wat de uitslag morgen wordt gaat mij ook aan. Daarom ben ik er in geïnteresseerd, al kwam ik er de afgelopen weken vooral achter hoe oneindig complex de toestand in ons land is. De verkiezingsstrijd heeft zich beperkt tot drie of vier thema’s (Europa, zorg, economie), die ieder voor zich al zoveel specialisme vereisen dat het ondoenlijk is om als leek daar zinvolle uitspraken over te doen; laat staan dat ‘het hele verhaal’ (over onderwijs, ethiek, milieu, veiligheid, grondrechten, enzovoorts) kan worden belicht. Moeilijk, moeilijk – en alleen al daarom respect voor politici die het aandurven hun nek uit te steken.

Het wordt dus steeds moeilijker om mijn keuze te bepalen op basis van standpunten over al die thema’s. Ik ben maar zo eerlijk om toe te geven dat ik niet alles snap en al helemaal niet alles kan overzien. Het gaat daarom in de politiek veel meer over de poppetjes dan ik – als ‘man van de inhoud’ – tot nu toe had gedacht. Ik geef via mijn stem eigenlijk vooral vertrouwen in de politicus van mijn keuze.  Niet om standpunten te vertolken – waar ik in veel gevallen maar nauwelijks een echte mening over heb -, maar om te doen wat goed is voor dit land. Ik heb het dus niet over poppetjes met de vlotste babbel of de beste tv-presentatie. Het gaat in mijn ogen om twee vragen: hoe integer en betrouwbaar is de persoon, en hoe duidelijk is het waar hij of zij voor staat? Bij dat laatste gaat het dus niet om een set standpunten, maar om een samenhangende visie op de samenleving, waarvan ik kan doorgronden waar die op gebaseerd is en waar ik me in kan vinden. Hoe complexer de issues, hoe minder ik uit de voeten kan met pragmatisme (dat ooit door Paars tot het hoogste goed verheven werd).

In de vele debatten van de afgelopen weken heb ik vooral die twee vragen voor ogen gehad. En ik prijs me gelukkig dat er keuze is (al geef ik toe dat die niet heel groot is). Politici als Roemer en Thieme hebben mij op verschillende momenten prettig verrast met een integer en consistent verhaal. Anderen zoals Buma en Samsom acht ik hoog als personen, maar overtuigen mij niet op de tweede vraag.

Maar degene die mijn stem krijgt morgen is Arie Slob. Dat is opnieuw geen verrassing, wellicht, voor de mensen die mij een beetje kennen. Maar – zoals hierboven betoogd – het is ook zeker geen vanzelfsprekendheid. Arie heeft me echter sinds hij partijleider is verrast met visionair leiderschap en lef. Dat past op het eerste gezicht nauwelijks bij zijn imago van degelijke Zwolse christen, maar bij nadere beschouwing is het een direct uitvloeisel daaruit. Juist de diepgewortelde overtuigingen van een Zwolse christen (inclusief een vleugje noordelijke nuchterheid) maken hem minder vatbaar voor de waan van de dag, en vormen de basis van een sterke visie verwoord in beginsel- en verkiezingsprogramma van de ChristenUnie. Hij (en in hem de ChristenUnie als geheel) is consistent en betrouwbaar gebleken, niet alleen in deze campagne maar vooral in het echte dagelijkse werk in de Kamer. Tel daarbij de creativiteit en het lef op dat hij op belangrijke momenten heeft getoond, en zie daar iemand die ik graag mijn stem geef.

Niet in alle standpunten ben ik het eens met de ChristenUnie. Maar dat hoeft ook niet. Ik heb er vertrouwen in dat Arie Slob en zijn team het goede zoeken voor ons land. En ik hoop en bid dat zij daar de komende periode volop de gelegenheid voor krijgen.

Eén gedachte over “De kleur is Arie”

  1. Wat een prachtig consistent verhaal! Dank voor deze verheldering. Het maakt de keuze die morgen gemaakt moet worden duidelijk en eindelijk overzichtelijk.

Geef een reactie