Het jaar van de saaie christenen?

Henk Medema vroeg zich laatst in zijn column op medema.nl af of 2013 zal laten zien hoe saai christenen zijn. Een op het eerste gezicht wat vreemde vraag. Waarom zou je dat willen? Henk verklapt al snel dat het geen willekeurige vraag is, maar een verwijzing naar een boektitel. Dit boek, wel te verstaan: ‘ Leve de saaie christenen!’  van Andrew Byers. Niet geheel toevallig heb ik dat boek gelezen.

Ook niet geheel toevallig werd er de afgelopen weken wel meer geschreven over wat de toekomst ons gaat brengen. En de teneur in de meeste stukken is niet positief. 2012 was in de ogen van velen een rampjaar, en dat gevoel vertaalt zich in somberte over 2013 en verder. Logisch ook, gezien de aanhoudende economische crisis. Maar er is meer aan de hand dan economische somberte. De wereld verandert snel. Een grensrechter hier in mijn woonplaats die wordt doodgeslagen. Een Arabische Lente die door Koning Winter is overvallen. Opvattingen over religie in het publieke domein die leiden tot wegzetten van bevolkingsgroepen en inperking van vrijheden. Enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts.

Je zou er cynisch van worden, als je het al niet bent.

IMG_0498

En dat is precies waar dit boek over gaat. De titel is – ik moet het helaas met eerdere recensenten eens zijn – een tikkeltje misleidend. Het draait vooral om de vraag hoe je kunt voorkomen om cynisch en negatief te worden te midden van de ellende. Daarbij gaat het in het boek in eerste instantie om teleurstellingen die velen ervaren in de kerk, met christenen en met God.

Bij hoeveel gelovigen die de kerk achter zich laten is verbittering en desillusie niet de belangrijkste reden van hun vertrek? (p10)

Op sommige momenten zou je denken dat Byers ghostwriter voor Goedgelovig is. Hij laat op een bij vlagen hilarische manier zien waarom zoveel mensen terecht afknappen op de kerk: overtrokken idealisme, het religieuze systeem, het verheerlijken van ervaring, anti-intellectualisme en culturele irrelevantie. Heel herkenbaar. Maar net als je er lekker in zit draait hij de spiegel om en ontmaskert het cynisme dat met die kritiek meekomt. En zo genadeloos als hij de fouten van de kerk durft te benoemen, zo genadeloos is hij voor de anti-reactie. Ja, er is van alles mis met de kerk, zo betoogt Byers, maar gaan zitten kniezen, mopperen, foeteren en om je heen slaan is net zo fout. Er is altijd reden tot hoop – niet in mensen of systemen, maar in God en door God.

En dat is de kracht van Byers’ verhaal, samengevat in de ondertitel: hoopvol realistisch. Via de profeet (‘Profetische smart in plaats van cynische boosheid‘), de wijze (‘Bijbelse wijsheid in plaats van cynisch intellectualisme’), de tragische dichter (‘Eerbiedige klaagzang tegenover cynische klacht‘) en uiteindelijk de Christus zelf (‘Overgave en offer tegenover cynische afwijzing‘) laat Byers zien hoe die twee begrippen elkaar in evenwicht houden. Enerzijds: het lef om de realiteit onder ogen te zien zonder daarin te verdrinken. Anderzijds: hoop houden op een almachtige, goede God die uitkomst zal bieden, zonder daarin weg te dromen. Net als – bijvoorbeeld – David, de tragische dichter, in de psalmen doet. Wanneer en waar de verlossing komt weten we meestal niet. Maar dát het komt staat vast. Dat klinkt als een dooddoener, maar Byers schrijft met diepgang die overtuigt en inspireert.

God voelt zich niet verplicht om Job voetsporen in het zand te laten zien. Wat God geeft is een verheffende glimp van zijn heerlijkheid. (p204)

Hoopvol realisme is niet alleen voor (in) de kerk. Het is ook een medicijn tegen de somberte op allerlei terreinen in de samenleving. Veel van de voorbeelden die Byers uit de Bijbel aanhaalt spelen zich niet in de kerk af, maar in het volle leven. Die tragische dichter David zat niet in de woestijn omdat broeders en zusters uit zijn kerkelijke gemeente het niet met hem eens waren. Nee, hij was een politieke vluchteling, achterna gezeten door een dictatoriale koning. Zo kan het voelen als je anno 2013 christen of politieke activist bent in het Midden-Oosten. Job was een man van aanzien, die opeens alles kwijt raakte wat hij had. Zo kan het voelen als je anno 2013 je baan kwijt raakt op je 55e, of je vader na een potje voetbal wordt doodgetrapt. Dezelfde redenen om God (of god, of mensen, of het systeem) de schuld te geven, verbitterd en cynisch te worden. En hetzelfde medicijn: het perspectief van hoopvol realisme, in navolging van Jezus.

Hoopvol realisme is een perspectief dat rekening houdt met de dubbele werkelijkheid van het kwaad dat nog bestaat en de verlossing die er aan komt. (p281)

De spanning die de term in zich draagt is al zo oud als de Bijbel – de spanning tussen het ‘reeds’ en ‘nog niet’. Het is mooi dat Byers die spanning niet wil wegnemen maar juist een plek geeft. Toch voert hij dat niet consequent door. In de laatste hoofdstukken beweegt hij zich in een vrij klassiek theologisch kader waarin kwaad en lijden ‘zinvol’ worden gemaakt. Hij noemt lijden zelfs een kenmerk van navolging van Christus. Daar valt genoeg tegen in te brengen. Persoonlijk denk ik dat het lijden dat het meeste tot cynisme leidt het minst zinvol te maken is, juist omdat het zo volstrekt zinloos ís. Zie het verhaal van Job, waar – zoals Byers zelf ook opmerkt – God doet niets om hem zijn lijden te verklaren. De kunst is juist om om de neiging om er iets van te willen snappen los te laten en je uit te strekken naar wat (of: wie!) er wél zinvol is en hoop geeft.

We are not called to be optimists. We are called to be people of hope. And there’s a difference. (Jeff Fountain)

Nog even terug naar die titel. Hij doet dus niet helemaal recht aan het boek. Je zou zelfs kunnen zeggen: saaie mensen zijn er al veel te veel – mensen die zich hebben teruggetrokken in hun kleine, veilige wereldje, in de illusie daar niet gekwetst te kunnen worden. Maar als met saai dat grote leger van ‘gewone’ mensen wordt bedoeld, mensen die het podium niet nodig hebben om hun frustraties te uiten, die geen grote woorden gebruiken maar die vanuit hun diepste wezen hoopvol en realistisch zijn, dan mogen we inderdaad wensen dat 2013 hun jaar wordt. Er is hoop!

Geef een reactie