Schaken of pingpongen

Het zal ergens in 1987 of 1988 geweest zijn dat ik voor het eerst (en, zoals zal blijken, voor het laatst) meedeed met een schaaktoernooi. Een aantal klasgenoten had een competitie opgezet en ik deed mee. Hoewel ik technisch best kon schaken (ik kende de regels, en won ook weleens van mijn vader) werd het een regelrechte vernedering. Ik eindigde op de laatste plaats, met als enige troost dat ik in ieder geval had meegedaan, in tegenstelling tot de meeste kinderen uit mijn klas.

Rond diezelfde tijd was ik ook een trouwe bezoeker van jeugdkampen op een mooi terrein ergens in de Achterhoek. Daar werd altijd getafeltennist. En ook daar deed ik aan mee. Tafeltennis vond ik leuk, en ik verbeeldde me een tijdlang dat ik er ook best goed in was. In ieder geval beter dan in schaken – ik kan me tenminste niet herinneren een toernooi zo kansloos te hebben verloren.

Deze week kwamen schaken en pingpongen opeens weer in the picture toen ik een gesprek had over leiderschap, keuzes maken en reageren op je omgeving.

‘Schaken of pingpongen, dat is de vraag!’ zei mijn gesprekspartner. Een mooie vergelijking. Van leiders wordt vaak een zekere mate van schaakgedrag verwacht. Vooruit denken, liefst een aantal zetten, scenario’s bedenken voor alle mogelijke situaties, berekenend te werk gaan. Dat is wat vaak wordt verstaan onder goed leiderschap. Maar schaken is niet de enige strategie. Je kunt ook pingpongen. Ook een spelletje met een tegenstander. Maar één waar je geen zeven slagen vooruit kunt denken, geen scenario’s kunt maken en nauwelijks iets kunt berekenen. De kunst is om snel en goed te reageren op je tegenstander – elke slag opnieuw, zonder terug te denken aan wat er is gebeurd, en zonder vooruit te kijken naar wat nog gaat komen.

Waar een goede schaker koel en berekenend is, daar is een goede tafeltennisser beweeglijk en onbevangen. En in de snel veranderende omgeving van de 21e eeuw is pingpongen in veel gevallen een betere leiderschapsstijl dan schaken. Het vereist beweeglijkheid, alertheid en techniek (in leiderschapstermen bijvoorbeeld communiceren, timing, kennis van zaken). Hoe beter je die drie zaken beheerst, hoe groter de kans dat je het spelletje wint.

Voor mijzelf trek ik de conclusie dat ik de afgelopen tijd teveel in de schaakmodus heb gestaan: steeds maar proberen verder vooruit te denken, om uiteindelijk erachter te komen dat ik daar niet goed in ben en het vaak überhaupt onbegonnen werk is. Natuurlijk is het geen zwart-wit tegenstelling. ‘Schaken’ heeft grote waarde, en alleen ‘pingpongen’ lost niet alles op. Maar als er iemand een potje wil pingpongen binnenkort – ik ben er klaar voor.

Geef een reactie