Over monniken, missionarissen en de mismatch

Gisteren bezocht ik het Andries Radio Symposium ‘ Monnik of Missionaris’. Lees hier het twitterverslag op Storify, dat een aardige indruk geeft van de diverse sprekers en hoe hun bijdragen werden gewaardeerd (zonder ook maar enigszins compleet te zijn, natuurlijk). Abonnees en mensen die er 25ct voor over hebben kunnen hier het verslag van het Nederlands Dagblad lezen. En enigszins off-topic twitterde ik wat observaties over o.a. de relatie tussen persoonlijkheid en theologische visie. Genoeg stof om over na te denken, maar daarover misschien een andere keer.

Ik was erg benieuwd naar wat er gezegd zou worden. De thematiek is niet bepaald nieuw; de afgelopen vijftien jaar is de relatie tussen kerk en wereld zo’n beetje het belangrijkste waarover gesproken wordt in ‘mijn wereldje’. En bovendien heb ik er zelf ook wel eens wat over gezegd en geschreven… Hoe zou deze middag het gesprek daarover verder brengen?
Het moet Andries Knevel worden nagegeven: het symposium was allesbehalve saai. Maar echt blij ging ik er niet vandaan. En voor zover ik dat kon peilen was ik niet de enige.

Het begon goed. Een mooi intro-filmpje met allerlei bekende en onbekende figuren die werk maken van de kerk in de wereld: een bevlogen straatevangelist in Rotterdam, theoloog-kunstenaar Rikko Voorberg (Stroom-West) in Amsterdam, Tim Keller en Tom Wright. Vervolgens hield prof. Herman Paul een inhoudelijk betoog over de kerk als oefenplaats. En er was nog meer goeds: een bijzonder gesprek tussen ds Riemersma en Jurjen ten Brinke. De eerste is dominee van een op te heffen wijkgemeente in Den Haag; de ander leidt een succesvol initiatief ‘Hoop voor Noord’ in Amsterdam. Na een ongemakkelijke introductie ontstond een echt en eerlijk gesprek – wederkerig, met luisterend oor en bereidheid tot zelfreflectie. En zo kon het ND Riemersma citeren: ‘ik neem het mijzelf kwalijk dat ik te laat ben begonnen met missionair werk’.

Daar tegenover stond wat ik maar even de knorrigheid van Kees Boele en Willem Maarten Dekker noem. De eerste zette zich op geheel eigen wijze af tegen activisme (‘ik ben besteld als monnik’) en het zogenaamde ‘christelijk leiderschap’. Jammer dat hij daarbij het kind met het badwater weggooide, want ik vermoed dat hij prima in staat is om een genuanceerder verhaal te houden zonder zijn flegmatieke humor en relativeringsvermogen te verliezen. Dekker maakte het misschien nog wel bonter in een ronduit pijnlijke confrontatie met Ilona Paauwe van Doorbrekers Barneveld. Toegegeven, zij kwam niet goed uit haar woorden, maar het badinerende glimlachje van Dekker en zijn afstandelijke houding smoorde elke poging tot gesprek. (Disclaimer: het kunnen natuurlijk de zenuwen zijn geweest.) Hun opvattingen, taal en cultuur kunnen ook niet verder uit elkaar liggen: Dekker als vertegenwoordiger van de Hervormde traditie, Paauwe als typische activistische evangelicaal. Ze verstonden elkaar niet en bleken niet in staat de kloof te overbruggen.

En dat vat eigenlijk mijn ongemakkelijkheid samen. Sterker nog, het maakt me boos. Want ondanks de goede elementen ging het weer vooral over stellingen en tegenstellingen (monnik óf missionaris!), in abstracte termen en metaforen, en bovenal: over onszelf. Ik zag de onmacht – en misschien wel erger: de onwil – van de tradities en denkscholen om elkaar te vinden. Het in stand houden van valse tegenstellingen: alsof gericht zijn op Christus tegenovergesteld is aan je inzetten voor fairtrade chocola. Alsof die evangelischen zich er maar simpel van af maken en die Hervormden allemaal steile jongens zijn die nog in het Oude Testament leven. Alsof de medemens dienen niets te maken heeft met de navolging van Christus. Alsof verkondiging en missionair zijn twee gescheiden werelden zijn.

Harmen van Wijnen vatte het treffend samen: er is een gigantische mismatch tussen leer en leven, waardoor jongere generaties geen bal snappen van wat er gezegd werd. Generaties die van nature begrijpen wat ‘vruchten van de gerechtigheid’ zijn, die niets hebben met mensen die vooral hun eigen gelijk nastreven, en voor wie hervormd of evangelisch hooguit een verschil in adres op zondagmorgen is.

Misschien had ik gehoopt op meer ‘Ten Brinke vs Riemersma’. Verschillende tradities en verschillende situaties, maar een eerlijk gesprek. Bruggen slaan (no pun intended) van beide kanten om elkaars hart te leren kennen en samen het goede nieuws de wereld in te brengen – met diversiteit als kracht. Misschien had ik gehoopt op meer ‘outside-in’, meer begrip voor de wereld – die je inmiddels niet meer kan kwalijk nemen dat ze seculier en postmodern is. Misschien had ik verwacht dat alle elf sprekers én Andries Knevel ons zouden vertellen dat we allemaal monnik én missionaris zijn, omdat de kerk zowel bewaarplaats als oefenplaats van het evangelie is – omdat God zowel in kloosters als in kroegen aanwezig is.

Misschien had ik gehoopt dat we al een beetje verder zouden zijn. Misschien zijn we ook wel verder, in de praktijk. En moet ik gewoon nog wat geduld bewaren en geloof oefenen – samen met alle monniken, missionarissen en andere mensen. Maar zeker weten doe ik het niet.

Eén gedachte over “Over monniken, missionarissen en de mismatch”

  1. Herkenbaar! Dat glimlachje, dat hield mij ook bezig… wat zit daarachter, is het alleen een ongemakkelijke houding door de setting, is het een stuk arrogantie richting Pauwe, of iets heel anders. Maar meer nog bevestigde dit symposium voor mij dat discussies als deze ons niet echt vooruit helpen. Als er niet de bereidheid is tot ontmoeting en van elkaar leren, dan komen we niet verder. Gelukkig waren een genoeg mensen aanwezig die wél samen verder willen en vooruit willen. Maar geef mij maar de gepassioneerde verhalen van ‘gewone christenen’, uit de studeerkamer, de straat op… van de eigen stellingen af en ruimte voor ontmoeting en gesprek. Dat helpt vooruit….

Geef een reactie