Zingend de wereld veranderen

We waren in Tallinn, Estland, voor een groot project samen met honderden collega’s uit heel Europa, en verbleven in het Viru hotel. Dat hotel – een enorme kolos aan de rand van de oude stad – werd ooit gebouwd door de Sovjets, en had als bijnaam het KGB hotel.

Dat wist ik niet toen wij incheckten. Met de hele familie op een prima kamer, midden in het centrum, prachtig uitzicht over de stad. En dat bordje met ‘KGB-museum: 22e etage’ leek een leuke folklore.

Pas naderhand werd duidelijk hoe pijnlijk historisch die plek was. In de Sovjet-tijd was elke kamer ‘wired’ met afluisterapparatuur. De bovenste verdieping werd permanent bewoond door de KGB. Alle buitenlandse gasten verbleven hier, en elke beweging kon zo nauwgezet worden gevolgd. Een hotel met een verleden, en een museum als bitter ernstige herinnering daar aan.

Je merkt er niet veel van, op een vrolijke zomerdag in een mooie stad vol aardige mensen. En daardoor vergeet je snel. Dat vrijwel al onze collega’s uit Estland zijn opgegroeid onder de rode vlag van het communisme, bijvoorbeeld. Dat hun land geen land mocht zijn. De cultuur van angst en wantrouwen, van verdekt communiceren, van verdeel en heers, die jarenlang een volk onderdrukt hield. Maar het is de vreemde realiteit van een land dat pas sinds kort zichzelf is.

De indrukwekkende documentaire ‘Singing Revolution’ schetst een fascinerend beeld van een land dat ten langen leste haar identiteit – en daarmee haar vrijheid – hervindt, met een van de meest onwaarschijnlijke middelen die je maar kunt bedenken. ‘What role can singing play, when a nation is faced with annihilation by its neighbors?’, is de openingszin. Nou, naar blijkt een hele grote. Al sinds 1869 zingen de Esten in massale songfestivals, genaamd Laulupidu. Maar pas ver in de 20e eeuw beseften ze de kracht ervan. Het zingen is niet zomaar een leuk tijdverdrijf, maar het bindt samen in taal, geschiedenis en cultuur. En zo werd Laulupidu het symbool van nationale identiteit – en werd het de aanzet tot een grootse protestbeweging die de machtige Sovjetunie op de knieën kreeg.

Het is een bijzonder verhaal, en niet alleen vanwege het zingen. De vreedzame en beheerste manier waarop de revolutie zich voltrok is ontroerend en hoopgevend: zo kan het dus ook.

Dat wil niet zeggen dat er niet nog veel te doen is. Het communisme is afgebroken, maar aan het Koninkrijk van God moet nog worden gebouwd. Nog steeds is Estland zeer antireligieus. Maar ook de christenen zingen weer. Op een warme Christusdag waren we erbij, samen met zo’n vijfduizend Estse christenen. Veertig jaar geleden droomde een voorganger daar al van, maar niemand geloofde hem. Maar nu werd de lof van God bezongen in een voetbalstadion en uitgezonden op nationale televisie. Can a nation be changed by singing? Reken maar. Er is hoop!

Deze column verscheen eerder op www.cvkoers.nl
Onlangs besteedde ‘De Tiende van Tijl’ aandacht aan de zingende revolutie:

Geef een reactie