Positief verontrustend

Preken heb je in allerlei soorten en maten. Aan de ene kant – zeg maar de streng-gereformeerde – heb je de aloude hel-en-verdoemenis preken. Ze benadrukken dingen als de slechtheid en zondigheid van de mens en waarschuwen voor het naderend oordeel. Of die aanpak effectief is hangt af van wat de spreker ermee wil bereiken. Een schuldgevoel aanpraten? Dat werkt wel. Maar of je mensen echt iets kunt leren dat hen verder helpt valt te bezien. Volgens mij heeft de pedagogiek die werkwijze al generaties geleden achter zich gelaten; didactisch volstrekt onverantwoord.

Aan de andere kant – de evangelische, bijvoorbeeld – heb je de ‘fijne’ preken. Ze benadrukken het positieve, laten vooral het ‘goede’ zien in het goede nieuws, en zorgen al met al voor een bevestigende en bemoedigende atmosfeer. En dat is heel wat bijbelser dan die donderpreken, zou je op het eerste gezicht kunnen zeggen.

Onlangs hoorde ik zo’n preek. Het was best een goede preek. Met een kop en een staart en veel structuur. En met Bijbels Verantwoorde Inhoud, over een heel belangrijk thema voor het leven van een christen. Precies de dingen die ik belangrijk vind. En toch maakte die preek totaal geen indruk. En toen ik gisterochtend een ommetje liep sprong me opeens in gedachten waarom dat was.

Ik mis het verontrustende.

Daarmee bedoel ik uiteraard niet de verontrusting die uitgaat van een grillige, onberekenbare God die jou elk moment te pakken kan nemen. Verontrusting zoals je die bij een donderpreek beleeft of bij het nieuws dat je vader op sterven ligt. Dat is terneerdrukkend, negatief, zelfs destructief.

Nee, ik bedoel een soort positieve verontrusting. Zo’n beetje als de dissonanten in een muziekstuk. Speel je ze los dan klinkt het vals, maar in het muziekstuk geven ze kleur en spanning. Of als een abstract kunstwerk waar je de betekenis niet direct van ziet. Out of the box, buiten de lijntjes. Of je het nu wilt of niet – het laat je niet los.

Een goede preek is volgens mij dus positief verontrustend. Er zit iets in dat je niet loslaat als je de zaal uitloopt. Iets dat je triggert en aanspoort tot actie of tot verdere doordenking. Als een dissonant in het slotakkoord die nog moet oplossen.

En nee, positief en verontrustend zijn niet in tegenstelling met elkaar. Jezus zei zelf dat hij gekomen was om goed nieuws te brengen. Maar hij was in zijn hele optreden zowel positief als verontrustend. Hij hield van de mensen, maar verstoorde de status quo. Hij noemde man en paard maar was genadig in zijn oordeel. Hij sprak met gezag maar doorbrak religieuze en sociale taboes. Er gebeurde wat als Jezus er was! En dat ‘wat’ diende een duidelijk doel: God en mensen weer bij elkaar brengen.

Ik realiseerde me dat de preken, gesprekken en gebeurtenissen waar ik het meest van heb geleerd, allemaal positief verontrustend waren. Enerzijds bevestigend en bemoedigend, anderzijds uitdagend om verder te denken of te handelen dan ik gewend was. Mist de bevestiging, dan wordt het een donderpreek. Mist de verontrusting, dan wordt het ‘fijn’. En ‘fijn’ is een jeukwoord, zoals we allemaal weten…

Ik realiseerde me ook dat we het wel een beetje verleerd zijn om zo te spreken. Zoals Tom Wright al zei: ‘Wherever Jesus went, there was a riot. Wherever I go, they serve tea’. We serveren regelmatig thee, zogezegd. In preken, in gesprekken met mensen, in relaties. Dat herken ik – ook ik ga confrontaties liever uit de weg, mij zul je niet zo snel een relletje zien starten. De ontdekking die ik gisterochtend deed is dan ook vooral voor mijzelf bedoeld. Ik zie het maar als een positieve aansporing om de verontrusting op te zoeken en niet bang te zijn dat ook aan anderen voor te houden. En guess what – zondag mag ik weer preken. Welke verontrustende vraag zal ik dan eens stellen?

Geef een reactie