Het gaat over meer dan #zwartepieten

Vorige week zat ik met vier collega’s in een idyllisch huisje ergens op het platteland. We bespraken als echte amateur-sociologen en salonfilosofen de dingen des levens en de rol van Agapè in het grotere geheel. Op zeker moment verzuchtte ik spontaan dat zowel PVV als D66 (toch zo’n beetje elkaars aartsvijanden) eigenlijk op hetzelfde neerkwamen. En op dat moment reageerde de enige echte socioloog in het gezelschap: dat klopt – dat is een van de paradoxen van de individualisering.

De collega in kwestie stuurde mij enige dagen later een hoofdstuk uit dat boek, genaamd ‘One nation without God? Cultural conflict in post-Christian The Netherlands‘. Het betoog van de schrijver (prof Dick Houtman en twee anderen) komt hierop neer: na het verval van de christelijke moraliteit reageren mensen anders op culturele veranderingen, afhankelijk van hun sociale categorie. Christelijke moraal gaf houvast, dwars door alle lagen van de bevolking. Maar die factor is er niet meer. Vooral opleidingsniveau blijkt een goede indicator te zijn: lager opgeleiden reageren over het algemeen met ethnische intolerantie; hoger opgeleiden reageren over het algemeen met ethnische tolerantie op veranderingen in de samenleving. De hypothese is dat de ene groep minder overzicht heeft over de ontwikkelingen dan de andere, en zich daardoor sneller bedreigd voelt door veranderingen.

Het bewijs van het gelijk van Houtman is volgens mij de discussie over Zwarte Piet die op dit moment ons land beheerst. Enerzijds is er een grote groep mensen die zegt: blijf van onze Zwarte Piet af, zeurpieten! Dat die groep groot is blijkt uit de Facebook-petitie die binnen 24 uur meer dan een miljoen likes had. Anderzijds is er een bescheiden groep, aangevoerd door Volkskrant- en NRC-columnisten en andere denkers, die ruimte vraagt voor de gevoelens van racisme en discriminatie bij duizenden landgenoten. Kort door de bocht: de massa kiest voor intolerantie terwijl de elite pleit voor tolerantie. (En ja, dat klinkt in zichzelf wat discriminerend, maar het is niet persoonlijk bedoeld.)

En daarmee gaat deze discussie over veel meer dan alleen een volkstraditie. Ze staat model voor een land zonder God, om met Houtman te spreken. Het verlies van de christelijke moraal leidt tot allerlei tegengestelde, polariserende opvattingen over de inrichting van de samenleving, waarbij de grote gemene deler het eigen gelijk en geluk is. Dat is de paradox van individualisatie.

Nu wil ik gelijk een kanttekening maken. De christelijke moraliteit in de definitie van Houtman is zeker niet het ideaalbeeld. Hij heeft het over ‘traditionele christelijke instituten die zorgden voor een eenduidige betekenis van het sociaal leven’. Maar ook in die tijden was sprake van intolerantie, onderdrukking, uitsluiting, polarisatie en discriminatie. Soms zelfs juist uit naam van diezelfde moraliteit. Zo’n soort eenduidigheid, daar moeten we niet naar terug.

Wat ik wel bedoel is waar de apostel Paulus al in de eerste eeuw over schreef, en wat Eugene Peterson aldus vertaalde:

If you’ve gotten anything at all out of following Christ, if his love has made any difference in your life, if being in a community of the Spirit means anything to you, if you have a heart, if you care— then do me a favor: Agree with each other, love each other, be deep-spirited friends. Don’t push your way to the front; don’t sweet-talk your way to the top. Put yourself aside, and help others get ahead. Don’t be obsessed with getting your own advantage. Forget yourselves long enough to lend a helping hand…

…Om vervolgens Jezus als het voorbeeld van die gevende, onbaatzuchtige liefde (agapè!) te stellen (lees zelf in Filippenzen 2).

Wat Paulus bedoelt gaat wel even verder dan tolerantie. ‘Deep-spirited friends’ die anderen vooruit helpen, dat vereist toewijding en bewogenheid, dat kost moeite.

Dat is de hogere weg, waarvan ik vermoed dat Paulus al wist dat dat veel moeilijker is dan tolerant of intolerant zijn. Het gaat niet meer over rechtvaardiging van je eigen positie vanuit een slachtofferrol en ook niet meer over morele superioriteit. Wil en durf ik echt een stap opzij te doen voor een ander?

Dan heb ik het niet meer alleen over zwarte piet en slavernij, maar over onze omgang met vreemdelingen en hulpbehoevenden, met ‘weigerambtenaren’ en met homo’s in de kerk. Over de manier waarop we over elkaar praten. Over  de vraag of we echt naar elkaar kunnen luisteren. Over goed doen om het goed doen, over recht recht laten zijn. Over integriteit die pijn doet, ook als dat je je bonus kost.

Dat is waartoe ik als christen geroepen ben – de hogere weg van onbaatzuchtige, gevende liefde, in navolging van Christus.

Is alles dan verloren gegaan van onze ooit zo levendige christelijke moraal? Nee, misschien dat er nog iets is dat de tijden heeft overleefd. Ergens weggestopt in een formulering die nog af en toe in onze instituten klinkt, een bijna hol zinnetje dat een diepe waarheid herbergt. Namelijk de realiteit dat wij die hogere weg niet zelf kunnen waarmaken. Een zinnetje dat ik fluister als ik mijn eigen woorden herlees. En zinnetje dat we in iets andere bewoordingen baden vorige week, op de hei, en dat ik blijf bidden voor ons land:

Zo waarlijk helpe ons God almachtig.

2 gedachten over “Het gaat over meer dan #zwartepieten”

Geef een reactie