Zombie (of: godsdienstoefening aan huis)

Als christelijke ouders word je geacht je kinderen ‘in de vreze des Heren’ op te voeden. Wat dat precies betekent is een vraag die velen al heel lang bezig houdt. Gelukkig is er internet, waar ook op dit vlak veel te leren valt. Zo las ik laatst een blog die instructies geeft voor de godsdienstoefening aan huis. De instructies luiden ongeveer zo: zet je gezin elke week op hetzelfde moment bij elkaar; de vader moet de baas spelen; lees dan de bijbel, bid en zing. Aanvullende voorwaarden: geen excuses accepteren en je telefoon uit zetten. Het onvermijdelijke gevolg zal zijn dat je zo’n gezin wordt waar de kinderen altijd stil zitten, zich laven aan een kopje warme chocomel, spontaan een gebed uitspreken, en waar vader op orgel/piano/gitaar/a capella (kruis uw eigen traditie aan) een fijn gezang begeleidt.

Ik zie het helemaal voor me.

De realiteit is echter weerbarstig, althans in huize De Boer. Bij ons gaat het ongeveer zo aan tafel: ‘Er is een dood mens gestorven’, zegt onze jongste (zes jaar oud, maar al erg groot voor z’n leeftijd). ‘Dat kan helemaal niet’, zeggen zijn zussen in koor. ‘Jawel hoor’, gaat hij onverstoorbaar door. ‘Wel als er een zombie storft.’ Zoek daar maar eens een fijn lied bij.

Na het eten hangt meneer omgekeerd over de bank, probeert zuslief zich te drukken bij het inruimen van de vaatwasser en check ik even snel de laatste twitter-berichten. U kunt zich voorstellen wat ik voelde bij het lezen van dat blog.

Nu hoort u mij niet klagen over ons gezinsleven. Want eerlijk is eerlijk: het gesprek kreeg nog een vervolg. Niet in alle rust bij een kopje chocomel, maar midden in de badkamer, met tandenborstel in de mond. ‘Zeg pap, het kan toch wel hoor, wat Tomas zei’. ‘O ja, hoe dan?’ ‘Nou, je weet toch wel van Lazarus? Die was eerst dood, werd door Jezus levend gemaakt en ging toen nog een keer dood!’

Waarmee ik maar gezegd wil hebben: godsdienstoefening kan best zonder chocomel en fijne gezangen maar niet zonder zombies.

Geef een reactie