© stichting Corrie ten Boomhuis, Haarlem

The best is yet to come

Haarlem, de Barteljorisstraat. We bellen aan bij een blauwe deur net naast de drukke winkelstraat. We klimmen een klein trapje op, naar een soort jaren-vijftig woonkamer. Een bordeauxrood vloerkleed, oude foto’s aan de muur, een piano, kroonluchter. En langs alle wanden stoeltjes. Een dame van dik in de 70 ontvangt ons en voordat we goed en wel zitten steekt ze van wal. Wat volgt is het relaas van een andere dame: geboren in de jaren ’90 van de 19e eeuw, horlogemaakster, padvindster, zondagschooljuf.

En: verzetsheld, samen met haar familie.

In de oorlog redde Corrie ten Boom zo’n achthonderd mensen (meest joden) van de nazi’s, voordat ze werd verraden, opgepakt en naar Ravensbruck werd gebracht. Allemaal via dat huis waar we nu zitten. Op de bovenverdieping is de originele schuilplaats nog te zien, een klein luikje onderin een kast dat naar een dubbele muur leidt. Het huis is nu een museum. Het laat de verschrikkingen zien van waar racistische ideologie toe leidt, wat mensen elkaar aandoen, de harde werkelijkheid van het kwaad in deze wereld.

Amsterdam, de Prinsengracht, wat later op de dag. We steken een brug over waar net een vuurwerkshow wordt voorbereid. Aan de overkant staan lange rijen om nog net voor de jaarwisseling het Anne Frankhuis te bezoeken. De vergelijking met dat huis waar we vanmorgen waren dringt zich op. Beiden gewijd aan een vrouw die zich heeft onderscheiden in de oorlog, beiden als herinnering aan de verschrikkingen. En in beide klinkt de boodschap:

Dit nooit meer. Nie wieder. Never again.

Het is de standaardafsluiting van het praatje van die lieve dame in het Ten Boomhuis, zo valt op te maken uit de manier waarop ze haar verhaal doet. Jarenlang zal ze dat met overtuiging hebben gezegd. Maar vandaag voegde ze er iets aan toe. ‘Ik weet het niet,’ mompelde ze, ‘ik weet het niet…’ Alsof ze er niet meer in gelooft dat het nooit meer zal gebeuren. En ik begrijp haar.

***

Op de brug bij de Prinsengracht besef ik dat er een groot verschil is tussen de twee huizen. Hier, in het Anne Frankhuis, stopt de geschiedenis in 1945. We zullen nooit weten hoe zij opgroeide, de oorlog zou verwerken, om zou gaan met de trauma’s en haar leven weer zou oppakken.

Van Corrie ten Boom weten we dat wel. Na terugkeer uit het concentratiekamp – als enige van de familie – opent ze direct na de oorlog een centrum voor oorlogsslachtoffers. Maar ze doet nog meer: ze achterhaalt de naam van degene die haar in 1944 verraadde. Ze stuurt hem een brief waarin ze hem vergeeft, ‘omdat Jezus in mijn hart woont’. Later zal ze hetzelfde doen met de kampbeul uit Ravensbruck. Ze vertelt daarover dat ze dat eigenlijk niet kon doen, maar wist dat ze dat, in navolging van Jezus, wel móest doen – en dat Hij haar daar vervolgens de kracht voor gaf. Corrie ten Boom bleef geen oorlogsslachtoffer maar werd een brenger van hoop, liefde, vergeving en verzoening. Aan letterlijk honderdduizenden mensen in meer dan zestig landen deed ze dat persoonlijk.

Met alles wat we het afgelopen jaar hebben gezien in de wereld klinkt ‘nie wieder’ als een holle kreet. Je zou er cynisch van worden: alles gebeurt opnieuw, pal onder onze ogen. Maar daar op die brug in Amsterdam drong het tot me door dat we ons niet krampachtig hoeven vast te houden aan een ‘dit nooit meer’. Er is iets groters dan dat:

het god-gegeven vermogen om te vergeven, zelfs onze vijanden; om uit te zien naar iets beters, zelfs als omstandigheden daar geen aanleiding toe geven.

En daarom is het Corrie ten Boomhuis niet een herinnering aan het kwaad van vroeger, maar vooral een aansporing tot het goede, temidden van het kwaad van nu: the best is yet to come!

Corrie ten Boomhuis: https://www.corrietenboom.com

Geef een reactie