Lucht en leegte

Ze zijn overal. Op je werk, op school, in je familie, in de sportschool, in de kerk, op Facebook en Twitter. Of misschien moet ik wel zeggen: jij bent overal, of: wij zijn overal. Want misschien heeft ieder mens er wel mee te maken: neerslachtigheid en depressiviteit. Vaak onzichtbaar, nog vaker onbesproken. Ik sprak er wel over, gisteren bij ons in de kerk. Vooraf postte ik er iets over op de social media. Ik kreeg direct vragen of de preek na te luisteren zou zijn. Dat is voor het eerst, kan ik je vertellen. En ook na afloop was de overheersende reactie: ‘goed dat je het er over hebt!’.

Wonderlijk eigenlijk. Depressiviteit is al jaren ‘volksziekte nummer één’. Onlangs stapte opnieuw een bekend persoon – dichter en literatuurkenner Wim Brands – uit het leven omdat hij geplaagd werd door de zwarte hond. En het is ook bekend dat onder jongeren eet- en angststoornissen veel voorkomen, problemen die samenhangen met depressiviteit.

Nu heeft lang niet iedereen daar in dezelfde mate last van. Depressiviteit kent vele gradaties en oorzaken. Er zijn mensen met een neerslachtig karakter; de doemdenkers en probleemzoekers. Er zijn omstandigheden die je depressief kunnen maken; lange tijd werkloos is er zo een, een scheiding, afwijzing. Er is klinische depressiviteit – de ‘echte’ ziekte die medische behandeling vereist en die door anderen vrijwel niet te begrijpen is. En er is geestelijke gebondenheid, waardoor je de dingen niet meer kunt zien zoals ze zijn.

Ik ben zelf vooral gevoelig voor dat eerste. Het hangt samen met bepaalde angsten, patronen vanuit het verleden. Lees maar eens wat ik daar hier en hier en hier over schrijf. En kijk naar de ondertitel van deze website en het citaat van Jezus hier onderaan.

In de kerk doen we niet graag aan die sombere verhalen. We hebben immers een God die redding biedt? En bovendien hebben we een duidelijke code: wij zijn nette mensen. Helaas zijn het juist die twee dingen waardoor depressiviteit en neerslachtigheid ook in de kerk veel voorkomen. Toen ik gisteren rondkeek in de zaal kon ik bij elke categorie minstens een gezicht aanwijzen. Want wat doe je als zelfs God geen oplossing geeft voor je problemen? En wat als je niet zo in het straatje van al die keurige christenen past?

Toch zwijgt de Bijbel niet over dit onderwerp, integendeel. Er is een heel Bijbelboek aan gewijd: Prediker. Een groot filosoof, maar neerslachtig tot en met. ‘Alles is lucht en leegte, onuitsprekelijk vermoeiend!’ zei hij. De profeet Jona was een depri. Job zat diep in de put toen hij alles verloor wat hij bezat. Elia kreeg een burnout direct na het hoogtepunt in zijn profetencarriere. De eerste koning van Israel, Saul, was misschien wel klinisch depressief en had alleen baat bij muziektherapie.

Als Jezus jaren later rondloopt kijkt hij op zeker moment naar de menigte en raakt ontroerd. Hij ziet dat ze ‘uitgeput en hulpeloos, als schapen zonder herder’ zijn. Neerslachtigheid niet als individuele kwaal, maar als een maatschappelijk probleem. Waar kennen we dat van.

Zijn respons is prachtig:

Ben je vermoeid? Uitgeput? Religieus opgebrand? Kom naar mij toe. Ga met me mee en je zult je leven terugvinden. Ik laat je zien hoe je echt rust kunt nemen. Loop met mij op en werk met mij samen – zie hoe ik het doe. Leer de ongedwongen ritmes van genade. Ik leg je niets op dat zwaar is of je slecht past. Hou me gezelschap, dan leer je om vrij en licht te leven.

En daar heb ik niet veel aan toe te voegen. Of het moet de aansporing zijn om, als je met deze dingen zit, niet te blijven aanmodderen maar hulp te zoeken. Of om deze schitterende videomeditatie te bekijken.

Geef een reactie