Strandje

Vanaf de kant is het een prachtig gezicht. De skyline van de stad op de achtergrond, dichtbij een aantal mensen in het wit gekleed en tot hun knieën in het water. Maar liefst vijf jonge mensen worden gedoopt in een van de meest geseculariseerde steden van ons land.

Onwillekeurig denk ik terug aan vorige week, toen ik een bisschop en een priester hoorde spreken over de situatie in hun regio, het Midden-Oosten. Een wake-up call noemden ze het, omdat de christenen daar ernstig worden vervolgd. In Irak is het aantal christenen sinds Saddam Hoessein afgenomen van 1,6 miljoen tot minder dan 300 duizend. Ik moest tot mijn schaamte bekennen dat ik dit al eerder had gehoord maar er nooit echt aandacht aan had gegeven.

Maar nu, op het strandje, is het geen schaamte maar een bijna bovennatuurlijke hoop die me vervult. Dwars door alles heen trekt God zijn plan met mensen. Eén van de vijf is mijn dochter van 13, afkomstig uit seculier, apathisch Nederland. Een ander is N uit de vorige column, afkomstig uit het religieus-extremistische Midden-Oosten. God werkt in voor- en tegenspoed, net als ooit in Handelingen.

Het ontslaat me niet van de plicht om te doen wat ik kan. Integendeel: het spoort me aan om te bidden en te werken. In de vaste hoop dat God zijn kerk niet vergeet. En dat ik binnenkort weer op dat strandje kan staan.

Geef een reactie