We gaan op dansles!

Een lang gekoesterde wens van mij. Als kind droomde ik er al van om te zwieren en met het grootste gemak ingewikkelde figuren te maken. Maar dansles was niet iets wat in ons gezin gebruikelijk was, dus heb ik het nooit geleerd. Als tiener vond ik het belachelijk, als student saai en in de periode met jonge kinderen te ingewikkeld. Nu zijn we in de fase aangekomen dat we ‘s avonds gewoon de deur uit kunnen gaan. De jongste ligt in bed, de andere twee zijn braaf hun huiswerk aan het maken. En als we later op de avond thuiskomen is het stil in huis. Wat in tussentijd gebeurt, maakt me niet zoveel uit. We gaan eindelijk weer samen op pad!

Zwieren en draaien

Onwennig stappen we de dansruimte binnen. Hoeveel mensen zijn er? Wat voor type mensen? Zijn wij de enigen die er helemaal niets van kunnen? Nieuwsgierig kijken we om ons heen. Er is nog een groep mensen aan het dansen. Ik houd mijn adem in. Een lange man en kleine vrouw zwieren langs ons. Hij trekt haar met één armbeweging naar zich toe, laat haar soepel om haar as draaien en dan vervolgen ze hun baan. Ik zucht ervan. ‘Wauw, denk je dat wij dat straks ook kunnen?’ Ik zie het al helemaal voor me.

Mark lacht een beetje. ‘Kan een tijdje duren, maar vast wel, zo soepeltjes als wij zijn.’ Hij maakt met zijn heupen een draaiende beweging. Even later is onze groep aan de beurt: brons. De gouden groep gaat aan de kant zitten om vermaakt te worden. De basispas van de wals wordt uitgelegd en voorzichtig zetten we de eerste schreden in onze danscarrière. Een grote spiegel aan de wand laat mij onbarmhartig zien wat we aan het doen zijn: rondstappen terwijl we ons angstvallig aan elkaar vastklampen. ‘Wat doe je nou met je knieën, we botsen heel de tijd.’ ‘Ik moet mijn benen toch buigen, anders kan ik niet lopen.’ ‘Au, je trapt op mijn tenen.’ ‘Schuif je voeten dan ook niet onder die van mij.’

Alle begin is moeilijk

Aan het einde van de avond zijn we versleten en een beetje geïrriteerd naar elkaar. Wat is dat intensief! Veel moeilijker dan we dachten. ‘Komt allemaal goed beste mensen, dit was nog maar de eerste avond. Als we een paar avonden verder zijn, gaat het steeds soepeler. Let maar op!’ Ik weet dat het bemoedigend bedoeld is door de dansleraar. Ik hou het mijn kinderen ook altijd voor als ze iets nieuws moeten leren. Oefening baart kunst, alle begin is moeilijk, en meer van dat soort clichés. Mijn zoon gaat binnenkort op pianoles en ik weet al dat het moment van frustratie gaat komen: je leert niet in één les pianospelen. Hooguit wat losse noten. Pas na veel oefenen wordt het muziek. Dat hebben we alvast gewonnen met een eerste avondje dansles: een heleboel begrip en geduld voor de frustratie van de kinderen. Ik weet weer hoe het voelt om iets helemaal niet te kunnen!

Ik moet me over mijn eigen onkunde heen zetten en bereid zijn om te leren. Stapje voor stapje, pasje voor pasje, totdat het een echte dans is. Met vallen en opstaan, maar dat laatste niet te letterlijk hoop ik!

Geef een reactie