Vrienden voor het leven

Istanbul, een paar dagen later. Op de een of andere manier belanden we weer op die plek van de eerste dag. Het is gezellig maar wel fris, zo aan het eind van de middag. En we hebben trek in thee en een warme plek. Twee keurig geklede Turken dralen wat rond. Waar we vandaan komen, en wat we van hun stad vinden. Amsterdam vinden ze prachtig, er woont een neef of een oom of een vriend van ze. Ze hebben een reisbureau dus ze gaan vast en zeker op bezoek binnenkort. En of we zin hebben in thee?

Kijk, wijzen ze, daar komt het reisbureau. Het is nog niet helemaal klaar, dus de thee halen we bij de zaak van hun vader of broer of een ander familielid. Een grote winkel waar we midden op de tapijten komen te zitten. Eerlijk is eerlijk: ze zijn prachtig. Mooie, volle, grote tapijten. We drinken thee en hebben groot plezier met de twee broers. Het zijn verhalenvertellers, charmeurs. Ze verstaan hun vak. Wij houden het bijna drie kwartier vol. Dan zijn wij weer opgewarmd en zitten inmiddels ook papa en broer drie tegenover ons.

Onze kilim – of althans, de mededeling daarover – komt aan als een mokerslag. De appelthee smaakt zoet. De ogen van die vriendelijke broers vernauwen zich. Papa laat de tapijten vallen, draait zich om en verdwijnt. En ook wij besluiten dan dat het beter is om maar weer eens een luchtje te scheppen.

Als we buiten staan geven we elkaar een high-five. We zijn in drie dagen tijd ervaren wereldreizigers geworden. Het wordt wel wat, de komende rest van ons leven samen.

Geef een reactie