Preken

Vorige week heb ik gepreekt over een koekenpan. Eentje van die grote blauw-gele woonwinkel. Na een inspirerend intro, ondersteund door beeldmateriaal, hield ik een gloedvol betoog over de betrouwbaarheid, kwaliteit en prijs van dit artikel. Ik was eerlijk over de bezwaren (heb je er al een? Dan komt een tweede goed van pas) en koerste behendig naar het aansprekende appèl: je leven is nooit meer hetzelfde met deze koekenpan! “Preken” verder lezen

2016

Het is me het jaartje wel, dat 2016. Soms zou ik in een hoekje willen kruipen en wachten tot de wereld weer een beetje normaal is. Tot talkshow-presentatoren snappen dat de Bijbel de Koran niet is. Tot de files zijn opgelost. Tot angst en verdeeldheid niet langer het land regeren. Tot mensen eerst luisteren en dan pas spreken. Tot kerst weer pas na Sinterklaas begint. Tot Assad is gestopt met zijn eigen volk te doden. Tot Turkije en de EU menswaardige hulp verlenen aan de ontheemde vluchtelingen. Tot, tot, tot… “2016” verder lezen

Buren

Een kerkzaal in het midden van het land. Een stuk of tachtig mensen, vier sprekers en een MC. Een programma over ‘integral mission’, oftewel zending in woord en daad. De sprekers waren goed, de gespreksleider maakte grapjes, de vragen uit de zaal waren interessant. Maar na elke bijdrage werd ik een beetje moedelozer. Het ging steeds over problemen. Hoe moeilijk het is contact te leggen met je omgeving. Hoe lastig het is mensen in beweging te krijgen. Verhalen van ‘pioniers’ die jarenlang ploeteren voordat ze resultaat zien. “Buren” verder lezen

Strandje

Vanaf de kant is het een prachtig gezicht. De skyline van de stad op de achtergrond, dichtbij een aantal mensen in het wit gekleed en tot hun knieën in het water. Maar liefst vijf jonge mensen worden gedoopt in een van de meest geseculariseerde steden van ons land.

Onwillekeurig denk ik terug aan vorige week, toen ik een bisschop en een priester hoorde spreken over de situatie in hun regio, het Midden-Oosten. Een wake-up call noemden ze het, omdat de christenen daar ernstig worden vervolgd. In Irak is het aantal christenen sinds Saddam Hoessein afgenomen van 1,6 miljoen tot minder dan 300 duizend. Ik moest tot mijn schaamte bekennen dat ik dit al eerder had gehoord maar er nooit echt aandacht aan had gegeven.

Maar nu, op het strandje, is het geen schaamte maar een bijna bovennatuurlijke hoop die me vervult. Dwars door alles heen trekt God zijn plan met mensen. Eén van de vijf is mijn dochter van 13, afkomstig uit seculier, apathisch Nederland. Een ander is N uit de vorige column, afkomstig uit het religieus-extremistische Midden-Oosten. God werkt in voor- en tegenspoed, net als ooit in Handelingen.

Het ontslaat me niet van de plicht om te doen wat ik kan. Integendeel: het spoort me aan om te bidden en te werken. In de vaste hoop dat God zijn kerk niet vergeet. En dat ik binnenkort weer op dat strandje kan staan.

Mag ik bij jou?

Sinds ruim een jaar komt N bij ons in de kerk. Meegenomen door enthousiaste vrijwilligers in het plaatselijke azc. N is jong, vriendelijk en heel erg hard op zoek naar een beter leven. Op een vrijdagmiddag ben ik voor het eerst bij hem thuis; een wat viezig appartement in het azc. Achter een van de deuren ligt een oudere man geknield zijn middaggebed te doen. Een jongeman zet thee. In de kale ruimte zitten we tegenover elkaar; ik aan de ene kant, vier mannen aan de andere kant. Ik vraag wat ze doen. Hun antwoord is: niets. De hele dag wachten, dat is het. Dodelijke verveling.

Vier dagen later krijg ik een app’je van N. Of hij bij ons mag komen – er is iets gebeurd op het azc. Ik check het nieuws, en inderdaad; gedoe, politie, traumaheli. Even later staat N voor de deur. Op de bank vertelt hij dat een van zijn huisgenoten een ander heeft neergestoken. Ruzie uit frustratie, verveling, drugsgebruik. Ik kan het bijna niet geloven: dezelfde mannen waar ik vrijdag, bij mijn eerste bezoek aan een azc ooit, nog thee mee dronk.

Die avond zie ik een filmpje op Facebook van een groep vluchtelingen die een liedje van Claudia de Breij zingen: als de oorlog komt, en als ik dan moet schuilen; mag ik dan bij jou?

Ik bekijk het met tranen in mijn ogen en dank God dat ik ‘ja’ kan zeggen. Een klein woordje en een klein gebaar: een logeerbed voor een dag of drie. Maar zijn het niet juist de kleine gebaren die de grootste gevolgen hebben?

De laatste dag (bijna)

Wat zeg je tegen je collega’s in je laatste teamvergadering? Wat zou je willen dat ze onthouden? Met die vraag liep ik gisteren rond. Na 11,5 jaar Agape en ruim 10 jaar leidersvergaderingen (ik heb ze niet geteld, maar het moeten er meer dan honderd zijn geweest!) is morgen mijn laatste officiële dag als directeur van Agape. Het voelde dus best vreemd om voor de laatste keer bij elkaar te zitten. Ik probeerde me te herinneren wanneer de eerste was en wat we toen bespraken. Ik weet het niet meer. En dus probeerde ik maar te bedenken wat ik anderen mee zou willen geven.
We lazen daarom Matteus 28:16-20 en 2 Timoteus 2:2. Want als er iets is dat ons de afgelopen jaren heeft bezig gehouden, dan zijn het die teksten. En als er twee teksten zijn die de afgelopen jaren ook voor mij persoonlijk zijn gaan leven, dan zijn het deze twee.

In Matteus lezen we de ‘Grote Opdracht’. Overbekend zou je zeggen – en toch denk ik dat we deze tekst nu anders lezen dan voorheen. Voorheen, dat was de tijd van evangelisatie: campagnes, actie, doen! In de afgelopen jaren ontdekten we met elkaar dat dat op zich niet verkeerd is, maar dat de grote opdracht daar niet per se over gaat. Die gaat wel over discipelen maken. Door dopen: waardoor mensen onderdeel worden van de community. En door leren onderhouden van alles wat Jezus geleerd heeft: samen optrekken, je leven delen, mensen coachen en begeleiden. Een soms langzaam en taai proces, maar wel een dat veranderde levens oplevert.

En in Timoteus lezen we hoe Paulus Timoteus aanspoort door te geven aan betrouwbare mensen, die het weer door kunnen geven. Vermenigvuldiging dus! Ik kan die tekst nooit meer lezen zonder aan Agape te denken, zonder de verhalen en gezichten van mensen die onderdeel zijn van die keten van ontvangen en doorgeven.

Deze twee teksten hebben mijn leven daadwerkelijk veranderd en verrijkt. En mijn laatste woorden in mijn laatste leidersvergadering zijn zowel woorden van aansporing als woorden van dank: dank jullie wel voor het voorrecht dat ik deel heb mogen uitmaken van de community en zoveel heb mogen leren van jullie. We hebben aan deze tafel veel gepraat over zowel de inhoud van het werk als allerlei randzaken zoals geld en organisatie. En tja, vergaderen is nu eenmaal niet altijd even inspirerend. Om dan na al die jaren te mogen constateren dat dat toch vrucht heeft opgeleverd, dat we echt zijn veranderd en zijn gegroeid als beweging, dat ontroert mij. Dank jullie wel.

En ga zo door, zeg ik tegen jullie allemaal. Maak discipelen, deel je leven, ontvang en geef door. Tot eer van God.

 

(Column voor de interne Agapè-update, 29 april 2015)

Hemel op aarde

Ze zat pal achter me, in haar eigen kerk, op haar vaste plekje. Ik was slechts op bezoek, samen met een groep studenten van een bijbelstudieweekend. We zongen een stuk of wat gezangen, met van die onnavolgbare melodieën. Maar toen kwam er wat bekenders: ‘Jezus vol liefde, U wilt ons leiden…’. En achter mij hoorde ik haar uit volle borst meezingen. Niet zomaar, maar echt voluit. Nu is dat op zich prima, maar het punt was: ze zong een beetje, hoe zal ik het zeggen, anders. Niet heel erg zuiver. Nou vooruit: ze zong zo vals als een kraai. Maar het rare was: het stoorde me niet. Integendeel, het raakte me. De overtuiging waarmee deze zuster – op leeftijd, uit een traditionele kerk – zong, was ontroerend: ze legde haar hele ziel en zaligheid erin, en ze genoot. En ik dus ook, ondanks de auditieve uitdaging.

Nu was het thema van dat bijbelstudieweekend ‘hemel en eeuwigheid’. We hadden het net de avond ervoor gehad over ervaringen van echte aanbidding, van intieme fellowship, van goedheid, van pure schoonheid. Van die momenten waarvan je weet: dit is door God gegeven, dit is de hemel op aarde. En we vroegen onszelf af: nemen we die momenten wel serieus genoeg?

Ik werd dus op m’n wenken bediend, de volgende ochtend. Een momentje van de hemel op aarde. En ik realiseerde me: in de hemel wordt dus vals gezongen.

Schat

Het is zondagmiddag. Ik sta buiten met een bak koffie. Ik heb zojuist gepreekt over de gelijkenis van De Schat in de Akker, dat schitterende miniatuurtje van Jezus over een man die een schat vindt in een akker en zijn hele vermogen inzet om dat land te kopen. Een verhaal over het Koninkrijk van de Hemel dat de wereld weer rechtop zet. Zoek die wereld, en je krijgt veel meer terug dan je er ooit voor hebt betaald, houd ik de mensen voor. Het was een fijne preek, denk ik.

Een van de toehoorders komt naar me toe. Hij neemt me apart en zegt: ik heb een gedicht geschreven. Ik luister. Hij draagt voor.

‘Ik ben die man die de schat vond in de akker…’, begint hij. En terwijl hij spreekt verandert er iets. Zijn gedicht neemt me mee naar een donkere nacht, een verlaten land, een stugge boer die uit zijn bed wordt gebeld. Het verhaal wordt rauw, echt, persoonlijk: de worsteling van iemand die weet waar de schat ligt maar ‘m niet kan pakken. Voor wie het vinden van de schat het afscheid van zijn leven betekent. Met als slotzin: ‘Wat ik betaalde, is mijn schat.’

Het gedicht is klaar. Ik sta roerloos, verbijsterd bijna. We kijken elkaar aan en zien tranen in elkaars ogen. En eventjes dringt het grootse tot ons door, eventjes staat de wereld weer rechtop.

Dan steekt mijn vriend een peuk op en neem ik nog een slok.

Zombie (of: godsdienstoefening aan huis)

Als christelijke ouders word je geacht je kinderen ‘in de vreze des Heren’ op te voeden. Wat dat precies betekent is een vraag die velen al heel lang bezig houdt. Gelukkig is er internet, waar ook op dit vlak veel te leren valt. Zo las ik laatst een blog die instructies geeft voor de godsdienstoefening aan huis. De instructies luiden ongeveer zo: zet je gezin elke week op hetzelfde moment bij elkaar; de vader moet de baas spelen; lees dan de bijbel, bid en zing. Aanvullende voorwaarden: geen excuses accepteren en je telefoon uit zetten. Het onvermijdelijke gevolg zal zijn dat je zo’n gezin wordt waar de kinderen altijd stil zitten, zich laven aan een kopje warme chocomel, spontaan een gebed uitspreken, en waar vader op orgel/piano/gitaar/a capella (kruis uw eigen traditie aan) een fijn gezang begeleidt.

Ik zie het helemaal voor me.

“Zombie (of: godsdienstoefening aan huis)” verder lezen

Kerst in vier woordjes

Leesinstructie: zet bij het lezen van deze column track nummer 6 op van de prachtige WaaromKerst-cd: O come, O come Emmanuel…

Net als alle andere ouders zingen mijn vrouw en ik graag kerstliedjes met onze kinderen. Natuurlijk wel in de juiste tijd van het jaar en met liedjes die zich daar goed voor lenen. Met dit lied – of in ieder geval, met deze versie – lukt dat niet zo goed. Er staat namelijk geen tekst bij en dat vinden wij wat lastig zingen.

Ik begrijp trouwens best waarom die tekst is weggelaten. Die bestaat namelijk uit zinnen als: ‘Gij wortel Isaï, verlos ons van de tyrannie, van alle goden dezer eeuw, o Herder, sla de boze leeuw.’ Vijf coupletten vol hoogdravende, diepzinnige taal. Mooi maar moeilijk. Zelfs voor een professioneel christen als ik.

Het komt er dus op neer dat we de melodie maar wat neuriën, en dan bij het refrein hardop ‘Hij is nabij, Immanuel!’ zingen. En eigenlijk is dat ook wel genoeg. Immanuel, de bijnaam van Jezus, betekent: God is dichtbij. De hele kerstboodschap samengevat in vier woordjes. God is in Jezus dichtbij de mensen gekomen. Het antwoord op de in moeilijke woorden verpakte noodkreet is een klein mensje in een paar doeken gerold. Dichterbij, kleiner, menselijker, persoonlijker kan niet.

Hij is nabij, Immanuel. That’s it.

[column voor WaaromKerst?. Lees ook de andere columns van Arie van der Veer en Jan Bakker!]