Welkom

Wees welkom vriend! Kom hier, treed binnen.
Draai je om, kijk rustig om je heen;
de nieuwe wereld die verscheen
is mooier dan je kunt verzinnen.

Hier is waar losers altijd winnen,
de minste dient als hoogste baas,
het wereldwijze klinkt als dwaas,
vermoeiden weer opnieuw beginnen.

Want hier ben jij veel meer dan jouw.
Hier is de macht van schijn gebroken,
hier heerst genade, liefde, trouw.

Dus leg je hoofd maar in de wolken
kom tot rust en laad jezelf weer op –
de hemel is de wereld op z’n kop.

(voor IDEAZ Magazine, juni 2017)

Geloof, hoop en liefde

Een stroom van radeloze vragen
komt van de vrouw die voor me staat.
Haar ogen zijn een echo van het kwaad
dat alle hoop heeft stukgeslagen.

Hoe kun je vrede in je hart najagen
als niet een vijand maar een vriend verraadt?
O grote God, dat zoveel leed bestaat!
Geen mens zou dat toch mogen dragen.

Dan zie ik haar nog even wenken
als ik mij omdraai om weer weg te gaan.
Ze zegt: mijn man – je doet me aan hem denken,

straks komt hij thuis! En trots kijkt zij me aan.
Ik ben verward en kan alleen bedenken:
dat is de liefde – die zal nooit vergaan.

 

Voor IDEAZ Magazine, april 2017

Het platte land

Geen mens kan hier zijn wil opleggen –
de baas is niemand in dit land,
daar zijn wij fel tegen gekant;
allergisch, zou je kunnen zeggen.

Discussie! Inspraak! Overleggen!
Wij pikken niets van hogerhand!
Wij leunen op gezond verstand.
Geen leider zal ons iets gezeggen.

Maar wie Gods woorden heel goed leest
ziet achter die rebelse geest
een kudde om een herder vragen.

Zo lijdt een mens dikwijls ’t meest
door het leiden dat hij vreest
maar dat nooit op zal komen dagen.

 

Voor IDEAZ Magazine september 2016

God in Nederland

De God van Nederland is dood. Hij is
misbruikt, verwaarloosd, doodgezwegen,
aan ’t spit van ons gelijk geregen.
Er wordt gedobbeld om zijn erfenis.

De leegte heeft, bij Zijn ontstentenis,
de macht in heel het land gekregen
en rust niet tot de laatste zegen
als bloemenpluisje weggeblazen is.

Maar als God dood is, staat Hij ook weer op.
Dan staan er duizend bloemen in de knop
in polders, op de straten, tussen stenen,

in harten en in hoofden. En degenen
die het zien verbazen zich hardop
en weten: Hij was nooit verdwenen.

voor IDEAZ, het praktijkblad over gemeenteopbouw van MissieNederland

Psalm 2 – een sonnet

psalm 2 - sonnet

 

De tijd staat even stil vandaag. Ik sta ernaast

en zie Gods handschrift in het water.

Voor even denk ik niet aan later –

volkomen stilte, rustig, ongehaast.

 

Ik lees en kijk en luister, ben verbaasd

wat deze stille tijd aan mij wil leren.

Ik koester deze dag des Heren

waarop nog steeds de wereld woedend raast

 

maar macht niet wint van schoonheid

lawaai door schreeuwen nimmer wordt gesust

het rumoer van koningen tot niets leidt –

 

in stilheid en vertrouwen vindt men rust.

Gods zoon bezit de volken en de tijd

en wie hem eer bewijst is wie hem kust.

Maagdenhuis en Vluchtgarage

De vluchteling staat weer op straat

hem is een bed en bad ontnomen.

Waar zou hij vannacht van dromen

als zijn angst hem rusten laat?

 

Van de student die naast hem staat,

die de illusie is ontnomen

dat de macht hem toe zou komen

maar straks gewoon naar huis toegaat?

 

Het is een beeld dat niet snel went:

kansarm en kansenrijke,

de vluchteling en topstudent

 

in niets elkaars gelijke

hebben elkaar even herkend

als slachtoffers van rendement.

Leiderschapsles voor een Rus

Tien dagen lang was Vladimir verdwenen.
Zijn land leek eventjes onthoofd
en van haar sterke held beroofd.
Maar gelukkig is hij weer verschenen

aan zijn volk vandaag. En wee, degene
die de roddels heeft geloofd
dat zijn vuur is uitgedoofd
en hij anderen de macht zou lenen.

Ach, wie vertelt die arme Poetin
dat een echte leider huilt bij pijn
wie fluistert Vladimir de moed in

om bang te zijn, en ziek en klein
zodat als hij zijn masker afdoet, in
zijn zwakte hij juist sterk zal zijn?

Gebed voor een pilotenvrouw

Bij de eerste verjaardag van de vermissing van de MH370

Ze noemt hem elke dag in haar gebeden,
En kijkt nog dikwijls bij de gate
Hoewel ze echt wel beter weet
Dat hij er niet meer is. Heeft hij geleden?

Kon hij zijn laatste uur besteden
Als held die voor de mensen streed
Of wist hij niet meer wat hij deed,
Is hij de dood stil ingegleden?

Haar schier onpeilbaar diep verdriet
Dwaalt in een oceaan aan vragen
Waar U alleen het eind van ziet

en kent. En weet. Wilt U haar dragen
– ook als zij zelf dat niet zo ziet –
driehonderdvijfenzestig dagen?