Buren

Een kerkzaal in het midden van het land. Een stuk of tachtig mensen, vier sprekers en een MC. Een programma over ‘integral mission’, oftewel zending in woord en daad. De sprekers waren goed, de gespreksleider maakte grapjes, de vragen uit de zaal waren interessant. Maar na elke bijdrage werd ik een beetje moedelozer. Het ging steeds over problemen. Hoe moeilijk het is contact te leggen met je omgeving. Hoe lastig het is mensen in beweging te krijgen. Verhalen van ‘pioniers’ die jarenlang ploeteren voordat ze resultaat zien. “Buren” verder lezen

Het platte land

Geen mens kan hier zijn wil opleggen –
de baas is niemand in dit land,
daar zijn wij fel tegen gekant;
allergisch, zou je kunnen zeggen.

Discussie! Inspraak! Overleggen!
Wij pikken niets van hogerhand!
Wij leunen op gezond verstand.
Geen leider zal ons iets gezeggen.

Maar wie Gods woorden heel goed leest
ziet achter die rebelse geest
een kudde om een herder vragen.

Zo lijdt een mens dikwijls ’t meest
door het leiden dat hij vreest
maar dat nooit op zal komen dagen.

 

Voor IDEAZ Magazine september 2016

God in Nederland

De God van Nederland is dood. Hij is
misbruikt, verwaarloosd, doodgezwegen,
aan ’t spit van ons gelijk geregen.
Er wordt gedobbeld om zijn erfenis.

De leegte heeft, bij Zijn ontstentenis,
de macht in heel het land gekregen
en rust niet tot de laatste zegen
als bloemenpluisje weggeblazen is.

Maar als God dood is, staat Hij ook weer op.
Dan staan er duizend bloemen in de knop
in polders, op de straten, tussen stenen,

in harten en in hoofden. En degenen
die het zien verbazen zich hardop
en weten: Hij was nooit verdwenen.

voor IDEAZ, het praktijkblad over gemeenteopbouw van MissieNederland

Strandje

Vanaf de kant is het een prachtig gezicht. De skyline van de stad op de achtergrond, dichtbij een aantal mensen in het wit gekleed en tot hun knieën in het water. Maar liefst vijf jonge mensen worden gedoopt in een van de meest geseculariseerde steden van ons land.

Onwillekeurig denk ik terug aan vorige week, toen ik een bisschop en een priester hoorde spreken over de situatie in hun regio, het Midden-Oosten. Een wake-up call noemden ze het, omdat de christenen daar ernstig worden vervolgd. In Irak is het aantal christenen sinds Saddam Hoessein afgenomen van 1,6 miljoen tot minder dan 300 duizend. Ik moest tot mijn schaamte bekennen dat ik dit al eerder had gehoord maar er nooit echt aandacht aan had gegeven.

Maar nu, op het strandje, is het geen schaamte maar een bijna bovennatuurlijke hoop die me vervult. Dwars door alles heen trekt God zijn plan met mensen. Eén van de vijf is mijn dochter van 13, afkomstig uit seculier, apathisch Nederland. Een ander is N uit de vorige column, afkomstig uit het religieus-extremistische Midden-Oosten. God werkt in voor- en tegenspoed, net als ooit in Handelingen.

Het ontslaat me niet van de plicht om te doen wat ik kan. Integendeel: het spoort me aan om te bidden en te werken. In de vaste hoop dat God zijn kerk niet vergeet. En dat ik binnenkort weer op dat strandje kan staan.

Gods missie: robuust en kwetsbaar

Gods missie - Rafael conferentieHet was in maart van dit jaar dat het tienjaarlijke rapport ‘God in Nederland‘ uitkwam, waaruit blijkt dat er nóg minder mensen geloven en nóg minder mensen naar de kerk gaan dan we al dachten. Het was ook in maart dat ik het nogal bijzondere ‘Boek van Wonderlijke Nieuwe Dingen‘ van Michel Faber las. En vlak daarna sprak ik op de jaarlijkse conferentie van Rafael Nederland over het thema ‘Gods missie’. In de briefing daarvan stond dat ik een bijdrage moest leveren aan het ‘creatief brainstormen hoe we relevant en invloedrijk kunnen zijn in de wereld om ons heen’. Nogal een opgave, na het lezen van dat rapport en dat boek…

Voor wie nieuwsgierig is naar wat ik hierover heb gezegd heb ik de outline van mijn toespraak ter download gezet. Spoiler: het is geen somberend verhaal, integendeel. Gods missie – zijn werk met onze wereld – is robuust, die valt niet zomaar om. Ik durf zelfs te beweren dat Hij voor heter vuren heeft gestaan. Misschien hebben we in ons land nog steeds teveel christendom, vertrouwen we nog steeds teveel op historie, verworven rechten en instituties.

Gods missie vraagt om een tegendraads leven: goed doen waar kwaad heerst, liefhebben waar angst regeert, vredestichten waar conflict is. Een kwetsbare manier van leven. Maar meer dan de moeite waard.

Lees het hele verhaal:

  Gods missie: robuust en kwetsbaar (459,9 kB, 351 hits)

 

PS Liever luisteren? Dat kan via deze link.

Lucht en leegte

Ze zijn overal. Op je werk, op school, in je familie, in de sportschool, in de kerk, op Facebook en Twitter. Of misschien moet ik wel zeggen: jij bent overal, of: wij zijn overal. Want misschien heeft ieder mens er wel mee te maken: neerslachtigheid en depressiviteit. Vaak onzichtbaar, nog vaker onbesproken. Ik sprak er wel over, gisteren bij ons in de kerk. Vooraf postte ik er iets over op de social media. Ik kreeg direct vragen of de preek na te luisteren zou zijn. Dat is voor het eerst, kan ik je vertellen. En ook na afloop was de overheersende reactie: ‘goed dat je het er over hebt!’.

Wonderlijk eigenlijk. Depressiviteit is al jaren ‘volksziekte nummer één’. Onlangs stapte opnieuw een bekend persoon – dichter en literatuurkenner Wim Brands – uit het leven omdat hij geplaagd werd door de zwarte hond. En het is ook bekend dat onder jongeren eet- en angststoornissen veel voorkomen, problemen die samenhangen met depressiviteit.

Nu heeft lang niet iedereen daar in dezelfde mate last van. Depressiviteit kent vele gradaties en oorzaken. Er zijn mensen met een neerslachtig karakter; de doemdenkers en probleemzoekers. Er zijn omstandigheden die je depressief kunnen maken; lange tijd werkloos is er zo een, een scheiding, afwijzing. Er is klinische depressiviteit – de ‘echte’ ziekte die medische behandeling vereist en die door anderen vrijwel niet te begrijpen is. En er is geestelijke gebondenheid, waardoor je de dingen niet meer kunt zien zoals ze zijn.

Ik ben zelf vooral gevoelig voor dat eerste. Het hangt samen met bepaalde angsten, patronen vanuit het verleden. Lees maar eens wat ik daar hier en hier en hier over schrijf. En kijk naar de ondertitel van deze website en het citaat van Jezus hier onderaan.

In de kerk doen we niet graag aan die sombere verhalen. We hebben immers een God die redding biedt? En bovendien hebben we een duidelijke code: wij zijn nette mensen. Helaas zijn het juist die twee dingen waardoor depressiviteit en neerslachtigheid ook in de kerk veel voorkomen. Toen ik gisteren rondkeek in de zaal kon ik bij elke categorie minstens een gezicht aanwijzen. Want wat doe je als zelfs God geen oplossing geeft voor je problemen? En wat als je niet zo in het straatje van al die keurige christenen past?

Toch zwijgt de Bijbel niet over dit onderwerp, integendeel. Er is een heel Bijbelboek aan gewijd: Prediker. Een groot filosoof, maar neerslachtig tot en met. ‘Alles is lucht en leegte, onuitsprekelijk vermoeiend!’ zei hij. De profeet Jona was een depri. Job zat diep in de put toen hij alles verloor wat hij bezat. Elia kreeg een burnout direct na het hoogtepunt in zijn profetencarriere. De eerste koning van Israel, Saul, was misschien wel klinisch depressief en had alleen baat bij muziektherapie.

Als Jezus jaren later rondloopt kijkt hij op zeker moment naar de menigte en raakt ontroerd. Hij ziet dat ze ‘uitgeput en hulpeloos, als schapen zonder herder’ zijn. Neerslachtigheid niet als individuele kwaal, maar als een maatschappelijk probleem. Waar kennen we dat van.

Zijn respons is prachtig:

Ben je vermoeid? Uitgeput? Religieus opgebrand? Kom naar mij toe. Ga met me mee en je zult je leven terugvinden. Ik laat je zien hoe je echt rust kunt nemen. Loop met mij op en werk met mij samen – zie hoe ik het doe. Leer de ongedwongen ritmes van genade. Ik leg je niets op dat zwaar is of je slecht past. Hou me gezelschap, dan leer je om vrij en licht te leven.

En daar heb ik niet veel aan toe te voegen. Of het moet de aansporing zijn om, als je met deze dingen zit, niet te blijven aanmodderen maar hulp te zoeken. Of om deze schitterende videomeditatie te bekijken.

Glamourlijden

Morgen ga ik naar de Passion. Na een aantal jaren voor de tv te hebben gekeken wil ik het nu wel eens van dichtbij meemaken. Ik ga met gemengde gevoelens. Niet omdat ik bang ben voor een terreuraanslag. Wel omdat het wringt, en een beetje meer dan dat.

De beelden van een in elkaar gestorte vertrekhal van Zaventem staan nog op m’n netvlies. De bommen hebben hun werk gedaan: rokende puinhopen, chaos, een stem die onafgebroken gilt. De ontreddering dwars door de tv mijn huiskamer in.

Lijden, dood, verderf – het is lelijk, afzichtelijk, je wilt het niet zien en niet horen.

Vanavond lazen we met een bont gezelschap vrienden alvast een beetje vooruit in de bijbel: het oorspronkelijke verhaal van de Passion, het lijden en sterven van Jezus. Exact drie jaar geleden stond ik op de plek waar hij werd opgehangen en begraven. De gids vertelde wat over die plek, een stukje buiten de oude stad van Jeruzalem. Een heuvel aan een kruispunt van handelsroutes, druk bezocht. De bewuste kruisiging vond daar plaats omdat er veel mensen waren. Een executie op een openbare plaats – waar kennen we dat van.

Google eens op kruisiging Jezus en je krijgt een stortvloed aan plaatjes. Eén of drie kruisen, bovenop een heuvel; scherp afgetekend tegen de gloed van een ondergaande zon. Liefst oranje-geel, met silhouetten, als een trots symbool van de overwinning op de dood.

De werkelijkheid was een beetje anders. Geen kruisen op de heuvel maar beneden, dicht op de weg en onvermijdelijk voor de voorbijgangers. Een stoffige middenoosterse weg, met ezels, karren, schreeuwende koopmannen, afval, stank, bedelaars, zakkenrollers. Een plek waar je op je hoede bent. Dat kruis van Jezus was een simpele paal met dwarslat. Geen metershoog bouwwerk met een trapje, maar eentje waar de voeten net een paar centimeter van de grond af staken. Zo dichtbij dat Jezus met zijn moeder en een vriend kon praten – en heel sterk zal zijn stem niet meer geweest zijn.

Ik stel me zo voor dat er niet veel mensen bleven staan. Dat ze hun hoofd wegdraaiden en zich zo snel mogelijk uit de voeten maakten zodra ze zagen wat er zich afspeelde.

Lijden, dood, verderf – het is lelijk, afzichtelijk, je wilt het niet zien en niet horen.

***

En dan morgen de hervertelling van dat lijden en sterven op het Eemplein in Amersfoort. Een muzikaal spektakel, een lichtshow, een uitgekiende regie. Een glamour-uitvoering van misschien wel het meest onglorieuze moment uit de wereldgeschiedenis.

Kan dat? Ja, dat kan. Profaner dan de werkelijke kruisiging kan het niet worden. Dit is de paradox: je kunt de vernedering van Jezus niet heilig maken. Niet door het verhaal kleiner te maken, noch door het op te hemelen.

En bovendien: het echte lijden van Jezus was niet zijn fysieke pijn. Het lijden van Jezus bestaat uit de ultieme ontkenning van wie hij is. En ondanks alles word ik door de muziek, het licht en de regie van die glamourshow heen meegesleept in dat verhaal. Jezus – God zelf -, onbegrepen en verworpen door de mensen, de dood ingerommeld maar niet verslagen. Een verhaal dat alle tijden en culturen overstijgt – en daardoor in alle tijden en in alle culturen herverteld moet worden. Maar als u mij morgen toevallig op tv mijn hoofd ziet wegdraaien, dan weet u waarom.

Mag ik bij jou?

Sinds ruim een jaar komt N bij ons in de kerk. Meegenomen door enthousiaste vrijwilligers in het plaatselijke azc. N is jong, vriendelijk en heel erg hard op zoek naar een beter leven. Op een vrijdagmiddag ben ik voor het eerst bij hem thuis; een wat viezig appartement in het azc. Achter een van de deuren ligt een oudere man geknield zijn middaggebed te doen. Een jongeman zet thee. In de kale ruimte zitten we tegenover elkaar; ik aan de ene kant, vier mannen aan de andere kant. Ik vraag wat ze doen. Hun antwoord is: niets. De hele dag wachten, dat is het. Dodelijke verveling.

Vier dagen later krijg ik een app’je van N. Of hij bij ons mag komen – er is iets gebeurd op het azc. Ik check het nieuws, en inderdaad; gedoe, politie, traumaheli. Even later staat N voor de deur. Op de bank vertelt hij dat een van zijn huisgenoten een ander heeft neergestoken. Ruzie uit frustratie, verveling, drugsgebruik. Ik kan het bijna niet geloven: dezelfde mannen waar ik vrijdag, bij mijn eerste bezoek aan een azc ooit, nog thee mee dronk.

Die avond zie ik een filmpje op Facebook van een groep vluchtelingen die een liedje van Claudia de Breij zingen: als de oorlog komt, en als ik dan moet schuilen; mag ik dan bij jou?

Ik bekijk het met tranen in mijn ogen en dank God dat ik ‘ja’ kan zeggen. Een klein woordje en een klein gebaar: een logeerbed voor een dag of drie. Maar zijn het niet juist de kleine gebaren die de grootste gevolgen hebben?

The best is yet to come

© stichting Corrie ten Boomhuis, Haarlem

Haarlem, de Barteljorisstraat. We bellen aan bij een blauwe deur net naast de drukke winkelstraat. We klimmen een klein trapje op, naar een soort jaren-vijftig woonkamer. Een bordeauxrood vloerkleed, oude foto’s aan de muur, een piano, kroonluchter. En langs alle wanden stoeltjes. Een dame van dik in de 70 ontvangt ons en voordat we goed en wel zitten steekt ze van wal. Wat volgt is het relaas van een andere dame: geboren in de jaren ’90 van de 19e eeuw, horlogemaakster, padvindster, zondagschooljuf.

En: verzetsheld, samen met haar familie.

In de oorlog redde Corrie ten Boom zo’n achthonderd mensen (meest joden) van de nazi’s, voordat ze werd verraden, opgepakt en naar Ravensbruck werd gebracht. Allemaal via dat huis waar we nu zitten. Op de bovenverdieping is de originele schuilplaats nog te zien, een klein luikje onderin een kast dat naar een dubbele muur leidt. Het huis is nu een museum. Het laat de verschrikkingen zien van waar racistische ideologie toe leidt, wat mensen elkaar aandoen, de harde werkelijkheid van het kwaad in deze wereld.

Amsterdam, de Prinsengracht, wat later op de dag. We steken een brug over waar net een vuurwerkshow wordt voorbereid. Aan de overkant staan lange rijen om nog net voor de jaarwisseling het Anne Frankhuis te bezoeken. De vergelijking met dat huis waar we vanmorgen waren dringt zich op. Beiden gewijd aan een vrouw die zich heeft onderscheiden in de oorlog, beiden als herinnering aan de verschrikkingen. En in beide klinkt de boodschap:

Dit nooit meer. Nie wieder. Never again.

Het is de standaardafsluiting van het praatje van die lieve dame in het Ten Boomhuis, zo valt op te maken uit de manier waarop ze haar verhaal doet. Jarenlang zal ze dat met overtuiging hebben gezegd. Maar vandaag voegde ze er iets aan toe. ‘Ik weet het niet,’ mompelde ze, ‘ik weet het niet…’ Alsof ze er niet meer in gelooft dat het nooit meer zal gebeuren. En ik begrijp haar.

***

Op de brug bij de Prinsengracht besef ik dat er een groot verschil is tussen de twee huizen. Hier, in het Anne Frankhuis, stopt de geschiedenis in 1945. We zullen nooit weten hoe zij opgroeide, de oorlog zou verwerken, om zou gaan met de trauma’s en haar leven weer zou oppakken.

Van Corrie ten Boom weten we dat wel. Na terugkeer uit het concentratiekamp – als enige van de familie – opent ze direct na de oorlog een centrum voor oorlogsslachtoffers. Maar ze doet nog meer: ze achterhaalt de naam van degene die haar in 1944 verraadde. Ze stuurt hem een brief waarin ze hem vergeeft, ‘omdat Jezus in mijn hart woont’. Later zal ze hetzelfde doen met de kampbeul uit Ravensbruck. Ze vertelt daarover dat ze dat eigenlijk niet kon doen, maar wist dat ze dat, in navolging van Jezus, wel móest doen – en dat Hij haar daar vervolgens de kracht voor gaf. Corrie ten Boom bleef geen oorlogsslachtoffer maar werd een brenger van hoop, liefde, vergeving en verzoening. Aan letterlijk honderdduizenden mensen in meer dan zestig landen deed ze dat persoonlijk.

Met alles wat we het afgelopen jaar hebben gezien in de wereld klinkt ‘nie wieder’ als een holle kreet. Je zou er cynisch van worden: alles gebeurt opnieuw, pal onder onze ogen. Maar daar op die brug in Amsterdam drong het tot me door dat we ons niet krampachtig hoeven vast te houden aan een ‘dit nooit meer’. Er is iets groters dan dat:

het god-gegeven vermogen om te vergeven, zelfs onze vijanden; om uit te zien naar iets beters, zelfs als omstandigheden daar geen aanleiding toe geven.

En daarom is het Corrie ten Boomhuis niet een herinnering aan het kwaad van vroeger, maar vooral een aansporing tot het goede, temidden van het kwaad van nu: the best is yet to come!

Corrie ten Boomhuis: https://www.corrietenboom.com

Waargebeurd verhaaltje

in jasje dasje zitten we, en praten

bespreken de toestand in de wereld

alsof wij weten wat te doen

de chaos van de wereld moet bedwongen

al is maar in mijn hoofd

thuisgekomen is het stil

ik sluip de trap op naar de kamer

op de deur een blauw briefje

in het handschrift van mijn dochter

pap, hoe was het en slaap lekker

ik hou van jou en dan een hartje

een beetje liefde op mijn deur geplakt

en plotsklaps is het rustig in mijn hoofd.