Roadtrip: Auschwitz-Birkenau

Het terrein is vredig, de lanen breed en groen, de gebouwen oud maar onderhouden. In keurige groepen, gesorteerd op taal, vormen duizenden mensen een lang lint over Auschwitz I. In de gebouwen hangen foto’s, liggen achtergebleven spullen, staan britsen. De gidsen praten in neutrale toon over de verschrikkingen. Die man daar op de foto, die de mensen scheidde bij aankomst, dat was een arts die de eed van Hypocrates had afgelegd. Tegen deze muur werden aanvankelijk de gevangenen doodgeschoten, maar dat duurde te lang en was te traumatisch voor de schutters. In deze cel zat priester Maximilian Kolbe, die de plaats innam van een vreemdeling. De zon schijnt, en hier waren de ochtend-appèls, en die balken zijn de openbare galgen.

De bus rijdt naar Birkenau, het grote kamp even verderop. Een heel dorp afgebroken om plaats te maken voor aankomende doden. Een wolkbreuk net op het moment van aankomst, drommen mensen schuilen voor de regen in het toegangsgebouw. Hilariteit in de poort naar het dodenrijk.

De mensen lopen weer, een kilometer van de poort naar de gaskamers. Een Spanjaard ratelt onafgebroken, hij spuit zijn kennis over de oorlog tegen zijn vrienden. Vijfduizend mensen per dag in de gaskamers. Zyklon B kwam nooit – nooit! – via de douchekoppen maar via kleppen in het dak. Een kwartier, twintig minuten, dan was het weer stil. De lijken werden doorgeschoven en direct verbrand.
Een kilometer terug, langs afgebroken barakken. De gelukkigen mochten werken, ze sliepen met acht op een houten plank, drie hoog, tien, twintig, dertig, veertig naast elkaar. De winters van 1942, 43, 44 waren koud, het werk onmenselijk. Drie maanden, vier, hooguit een halfjaar. Dan was het ook voor hen voorbij.

De toegangspoort staat er nog. Je kunt er onderdoor en weer terug.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.