Gedichten
Gedichten

Het platte land

Geen mens kan hier zijn wil opleggen –
de baas is niemand in dit land,
daar zijn wij fel tegen gekant;
allergisch, zou je kunnen zeggen.

Discussie! Inspraak! Overleggen!
Wij pikken niets van hogerhand!
Wij leunen op gezond verstand.
Geen leider zal ons iets gezeggen.

Maar wie Gods woorden heel goed leest
ziet achter die rebelse geest
een kudde om een herder vragen.

Zo lijdt een mens dikwijls ’t meest
door het leiden dat hij vreest
maar dat nooit op zal komen dagen.

 

Voor IDEAZ Magazine september 2016

Maagdenhuis en Vluchtgarage

De vluchteling staat weer op straat

hem is een bed en bad ontnomen.

Waar zou hij vannacht van dromen

als zijn angst hem rusten laat?

 

Van de student die naast hem staat,

die de illusie is ontnomen

dat de macht hem toe zou komen

maar straks gewoon naar huis toegaat?

 

Het is een beeld dat niet snel went:

kansarm en kansenrijke,

de vluchteling en topstudent

 

in niets elkaars gelijke

hebben elkaar even herkend

als slachtoffers van rendement.